Door Yvonne. En dan is het zover… een peuter die afscheid neemt en naar groep 1 mag! Een grote stap. Wat moet een peuter eigenlijk kunnen? Kleuterleerkrachten vinden vooral zelfredzaamheid bij peuters belangrijk. Hoe oefen je dat? 

Voor veel net vierjarigen is het nog best wel een stap. Naar een klas met meer kinderen dan op de peuterspeelzaal of kinderdagverblijf. Met maar één juf of meester die niet altijd tijd vrij kan maken om je jas aan te doen, je billen te vegen, je om te kleden als je gymles hebt. Belangrijk dus om te werken aan de zelfredzaamheid bij peuters.

Fases zelfredzaamheid

Zelfredzaamheid meenemen in de opvoeding van je kinderen kan al vroeg beginnen. Je kunt daarbij de volgende fasen volgen: voor doen, samen doen, alleen laten proberen, zelf doen.
Als je al op jonge leeftijd vertelt wat je gaat doen dan pikt je kind dit vanzelf op. Als dan de fase ‘samen doen’ begint, weet je kind al wat er wordt verwacht. Bijvoorbeeld met de jas aan doen, beschrijf wat je doet. Of bij het tafel dekken: wat heb je dan allemaal nodig?

Zone van naaste ontwikkeling.

Je kind helpen met iets dat het nog niet goed kan (de fase: samen doen) wordt ook wel de ‘zone van naaste ontwikkeling’ genoemd. Dit begrip werd het eerst genoemd door Vygotsky (1896-1934).
Hij onderzocht de manier waarop kinderen leren. Kinderen leren, volgens hem, door samen met een volwassene (of leeftijdsgenoten) iets te doen. Wij als volwassenen kunnen kinderen stimuleren in hun ontwikkeling door op het juiste moment de juiste hulp te bieden en zo de zelfredzaamheid te stimuleren.

Zelfvertrouwen ontwikkelen

Bij de volgende fase ‘alleen laten proberen’ blijf je er natuurlijk bij en probeert daarbij het kind zelf de handeling te laten verrichten. Leidt niet, maar begeleidt! En geef vooral complimenten als iets lukt; erg goed voor het zelfvertrouwen van je kind.

Op de peuterspeelzaal

Ook op de peuterspeelzaal stimuleren we vanaf het moment dat een peuter, met twee jaar, start aan de ontwikkeling van zelfredzaamheid. In het begin is het vooral uitleggen en voordoen. En dan volgt al snel de fase ‘samen doen’. Als je merkt dat een peuter iets al goed begrijpt, dan ga je over op het zelf laten proberen. Soms lukt het nog niet, omdat de peuter er motorisch nog niet aan toe is, maar samen iets doen is altijd beter dan het maar overnemen van je peuter, omdat het dan sneller gaat. Daarna komt de fase van ‘zelf doen’.

Zelfredzaamheid voor de basisschool

Op de Facebookgroep ‘Kleuterwereld’ vroeg ik aan de leden (hoofdzakelijk leerkrachten van groep ½ en Belgische leerkrachten van kleutergroepen) van die groep wat zij nou belangrijk vinden als een net 4-jarige start in groep 1.

Uit de reacties kwam de volgende top 5:

1. Schoenen aan- en uitdoen (veters strikken is daarbij nog niet belangrijk)
2. Jas aan- en uitdoen (rits en knopen dicht is daarbij nog niet belangrijk)
3. Zelfstandig naar het toilet kunnen, inclusief handen wassen en billen vegen
4. Om hulp vragen
5. Eten en drinken

Lees ook: WAT JE DENKT ALS JE KIND VOOR HET EERST NAAR SCHOOL GAAT

Als peuterjuf geef ik 10 tips, aan de hand van de top 5 hierboven, hoe je op de peuterspeelzaal en thuis de zelfredzaamheid kan oefenen.

1. Leermomenten
Besef dat ook een overgang met schoenen en jassen aan-/uitdoen een leermoment is. Neem de tijd (houd er dus rekening mee in je dagschema) om hier met de peuters mee bezig te zijn.

2. Helpen
Oudere peuters kunnen al prima de jongere kinderen helpen. Niet alleen belangrijk voor de zelfredzaamheid, maar ook voor de sociale ontwikkeling. We helpen elkaar als iets niet meteen lukt.

3. Jassen pakken
Zorg dat de jassen zelf te pakken zijn. En zorg ook dat een peuter weet waar zijn of haar jas hangt. Geef de kinderen een eigen kapstokhaakje met een sticker en naam. Als ook de ouders dan bij het brengen de sticker benoemen, kunnen de kinderen, als ze hun jas moeten pakken, zelf hun jas vinden.

4. Jassen aandoen
Ook de jas aandoen kan al snel zelfstandig. Leer ze het trucje van de jas op de grond leggen (kan ook op de bank!) Deze juf doet zelf regelmatig zo haar jas aan als voorbeeld voor een peuter die het nog moet leren! Kijk hier naar het filmpje om te zien hoe het werkt.

5. Naar het toilet
Peuters die zindelijk zijn, kunnen al best snel zelf naar het toilet. Als juf blijf je nog wel in de buurt om een oogje in het zeil te houden en te helpen indien nodig. Het helemaal zelfstandig naar het toilet gaan volgt dan vaak vanzelf. Billen vegen blijft daarbij een lastige, wij helpen de peuters nog maar vragen wel de ouders om er in ieder geval samen mee bezig te zijn thuis.

6. Zelf iets kunnen pakken
Zorg dat alles in de kasten, wat de kinderen zelf mogen pakken, op reikhoogte voor ze staat.
Bij ons staan de schaartjes en de bak met restjes papier zo voor het grijpen. Dit kunnen ze zelf pakken én ook zelf terugleggen als ze klaar zijn. Alles is gelabeld dus de kinderen leren al snel waar ze iets moeten pakken en opruimen.

7. Durven vragen
Peuters die net bij ons binnenkomen willen nog wel eens non-verbaal iets vragen. We helpen dan wel, maar verwoorden dan de vraag voor ze. Als eenmaal het vertrouwen er is en de peuter meer gaat praten dan stimuleren we dat ze om hulp kunnen vragen, indien nodig. Dat kan zijn om materiaal tijdens het knutselen, een probleem tijdens het spelen of tijdens het eten en drinken. Uiteindelijk willen we tenslotte dat een kind niet blijft ‘lopen’ met een probleem, maar ook de juf vertrouwt en om hulp zal vragen.

8. Eten en drinken
Ook het eten en drinken is zo’n moment in het dagschema waarbij de peuter best al zelfstandig kan zijn. Zelf het rietje (proberen) uit het folietje te halen, zelf je beker of bakje open maken, de bananenschil zelf losmaken, etc. Het is natuurlijk lekker makkelijk en sneller om hierbij te helpen, maar als je er even de tijd voor neemt, merk je dat de peuters het ook heel leuk vinden om zelf te doen. Of om elkaar te helpen.

Lees ook: Complimenten geven, hoe doe je dat?

9. Handen wassen
Handen wassen begeleiden we bij de hele jonge peuters. De oudste peuters kunnen dit al heel goed zelf (ook met een waterballet maken trouwens, dus we houden het wel in de gaten!).
Tegen de tijd dat ze alleen naar het toilet kunnen, doen ze dit geheel zelfstandig.

10. Bewust zijn
Wees je bij alles bewust of de peuter het niet zelf had kunnen doen: zakdoekje pakken, iets weggooien, verfschort aandoen, kwastjes wassen, etc. Hoe snel doen we iets maar even snel zelf, omdat dat makkelijker is? Maar hoeveel leuker is het om samen met de peuters te werken aan de zelfredzaamheid en daarbij een voorbereiding op groep 1?

En bij alle bovenstaande tips kun je dan uiteraard het gedachtegoed van Vygotsky volgen:
– Voor doen en uitleggen
– Samen doen
– Alleen laten proberen
– Zelf doen

Afbeelding: Child tying her shoe Door Eric Boucher

Zelfredzaamheid bij peuters