Het is rumoerig in de klas. Het is donder- en gymdag, dus de kinderen hebben niet even hun tomeloze energie eruit kunnen rennen in de frisse wind. We hebben nog zoveel te doen. 

Het is speel- en werktijd. Ik heb de bloemen-dus-je-mag-me-niet-storen-ketting om. Bij elk kind dat op me afkomt check ik snel of
1. het bloedt
2. er dikke tranen zijn
3. stoom uit de oren komt

Als dat niet het geval is, schud ik driftig nee en wijs met een strenge vinger naar de ketting.

Er staat veel op mijn programma. De woordenschat oefenen met lange zinnen maken heb ik net afgerond. De kinderen die het betrof hebben zo’n tien mooie zinnen kunnen maken. Check, afvinken die hap. En doorrrrrr.

We hebben nog zoveel te doen.

Ik ren door de klas om te checken of iedereen nog lekker aan het werk is. Tijdens het hordelopen over de Duplo en de Kapla steek ik wat duimen op. Top bezig jongens!

Binnen een seconde heb ik met een schuin oog op de map gezien dat kleien op het programma staat. Pfff, ik ben natuurlijk vergeten de bak te halen in de ochtenddrukte. Ik race naar het magazijn, pak de eerste de beste bak die er staat. Til het op en laat het vervolgens bijna op mijn teen vallen. Man, wat is dat ding zwaar! Maar hup Maike, er zijn paddenstoelen die gekleid moeten worden.

In de klas roep ik de betreffende kinderen bij me. Die hebben er net zoveel zin in als ik zie ik aan het geslof waarmee ze door de klas lopen. Bij mijn tafel, want nog geen digibord, laat ik de paddenstoelles zien van Laat maar zien. Ik druk ze drie keer op het hart dat de opdracht UIT EEN STUK maken is. Dus geen steeltjes met losse dakjes. Nee, in een keer maken.

Het groepje gaat toch vrolijk, want leuke opdracht, aan het werk en ik zit erbij voor de ondersteuning. Eventjes dan. Want ondertussen liggen twee kleuters samen rollend over de grond. ‘Stoeien in de klas mag toch wel juf?’ Zijn er twee per ongeluk met de hoofden tegen elkaar aan gebotst. Heeft er een verf in zijn haar gesmeerd. En hebben weer twee andere een fikse ruzie over een minuscuul stukje Lego. ‘Ik had ‘m als eerst!’ ‘Nee, ik!’

Ik haal de rollende kleuters uit elkaar, regel wat ijs voor de hoofden van de botsende kinderen, zorg ervoor dat de vervende leerling zijn haar schoon schrobt en los de ruzie op.

Als ik terug kom bij het naarstig kleiende tafeltje, zie ik allemaal losse stelen en dakjes, zucht. Ik neem me voor om er nu echt ‘bovenop’ te zitten. De kinderen zuchten en steunen met me mee. ‘Het is moeieleeeeeeeeeeeeeek!’ Ik laat het ze nog een keer zien. Met iets wat weg heeft van een halve glimlach gaan ze weer aan het werk. De paddenstoelen worden heel mooi, de techniek wordt aangeleerd en de kinderen zijn trots op het resultaat. Check, afvinken!

Met klotsende oksels ren ik weer een ronde door de klas. Ik droog wat tranen, plak wat pleister en verschoon broeken.

Hakken en plakken en tellen met de kinderen die iets meer instructie nodig hebben, stond ook nog op de planning. Zoveel te doen, misschien ietsje pietsje teveel gepland.

Als ik op de klok kijk, schrik ik me een ongeluk. We hebben nog vijf minuten om naar huis te gaan. Het opruimen gaat tergend langzaam. Alsof er ineens 30 slakken in plaats van kinderen zijn. Angstvallig op de klok kijkend probeer ik ze wat aan te sporen. Wat natuurlijk averechts werkt.

Met een rood gezicht van inspanning (en ik schaam me stiekem ook een beetje) lever ik de kinderen tien minuten later bij hun ouders af. Ik heb pauze. Vanmiddag weer een nieuwe middag.