Wat een manusjes van alles zijn wij en wat kunnen wij veel hebben!

Deze week is er zo een dat alles tegelijk komt en je ook de mooie kanten van het vak ziet.

Maandag beginnen de rapportgesprekken. ‘s Morgens print ik nog de laatste net in het weekend geschreven, verse rapporten uit. Om ‘s middags 11 gesprekken achter elkaar te geven, zonder pauze. ‘s Avonds komt er nog net een hallo tegen m’n man uit, voordat ik uitgepuft op de bank plof.

De dinsdag en de woensdag verlopen rustig met de gebruikelijke plas in de broek, naar ouders bellen, omdat er een leerling ziek is, veel zonnebrand smeren bij de 22 leerlingen en de beginnende drukte van zoemende bijen in de klas, omdat de leerlingen aan het einde van het schooljaar ook moe worden.

De donderdag is de dag van de gezamenlijke rapportgesprekken. De dag dat je soms pittige gesprekken voert of moeilijke zaken te horen krijgt. Maar ook de dag dat je samen kunt lachen om een leuke actie van een leerling en altijd met hetzelfde doel bezig bent: de leerling verder te laten ontwikkelen.
Het is ook de avond van het gezamenlijke eten met het team, waarbij je al even kunt sparren over je gesprekken en je vooruit kijkt naar de laatste schoolweken.

En o ja, de groepsplannen moeten ook nog af deze week. Dus zit ik tussen twee gesprekken in met een rood hoofd van de inspanning met mijn laptop op schoot analyses van de laatste toetsen te schrijven.

Op vrijdag is er een sponsorloop. ‘s Morgens probeer ik de klas uit te leggen wat een goed doel is en waarvoor ze gaan lopen dit jaar. Best lastig, aan kleuters uitleggen wat diabetes is.
‘s Middags zijn wij aan de beurt. De kinderen trekken vol trots hun sportschoenen aan, ze hebben zin om te rennen. Terwijl ik verdwaal in het parcours, probeer ik 22 leerlingen onder de afzetlinten door te krijgen om bij de speciale kleuter-start-plek te komen. En dan staan ze klaar. Klaar om zoveel mogelijk stempels te verdienen en zo hard mogelijk te rennen. Als de start-roep klinkt, schieten ze er als hazen vandoor. Een leerling bedenkt heel slim dat we ‘Hup Iedereen’ kunnen roepen. En samen moedigen we de rennende leerlingen aan. Ongezien pink ik trots een traantje weg voor de passie die ik bij hen zie.

Als ik ‘s middags na 16.00 uur een punt zet achter mijn laatste plannen, slaak ik een zucht. Het is weer weekend.