Hieronder vind je een dramales die je kunt gebruiken in de eerste schoolweken.
Alle leerlingen van de klas zijn erbij betrokken. Je kunt namelijk elk kind een dier laten spelen.

Warming-up
Laat elk kind een dier kiezen die hij of zij wilt spelen. Ze kunnen dan omstebeurt of tegelijkertijd hun dier nadoen en laten zien aan de andere kinderen. Hoe beweeg je als een bepaald dier? Welk geluid maakt dat dier? Je kunt er ook een spelletje van maken. Eerst mogen bijvoorbeeld alleen de paarden lopen, dan alleen de olifanten. Dan bijvoorbeeld de koeien en de varkens samen, etc.
Je kunt als leerkracht ook een aantal dieren zelf voordoen.  Heel belangrijk is dat de kinderen zich als een dier voelen en gedragen. Zo komen ze een stukje dichterbij de dierenwereld en zullen ze de dieren beter herkennen.

 

Rollenspel

In dit rollenspel kun je de hele klas laten meespelen. Vertel de kinderen van tevoren welk dier zij spelen. Als ze het visualiseren van de dieren moeilijk vinden, kun je hen een kaartje geven met het dier erop. Wat ik zelf heb gedaan en ook goed werkt: geef de kinderen een plastic dier waarmee ze de rol kunnen spelen. Ook een handpop voor elk kind is goed mogelijk.
Lees het rollenspel voor aan de klas. Zorg ervoor dat alle kinderen goed opletten en weten wanneer hun rol aan de beurt is.

Kleine beer gaat voor het eerst naar school.
Hij is zenuwachtig, kijk maar, hij trilt een beetje.
Bij de deur geeft hij mama beer snel een knuffel.
Beertje komt de klas binnen en doet de deur dicht.
Hij kijkt eens goed om zich heen.
‘Wat veel diertjes’, denkt hij.
Kleine beer kijkt de kring rond.
De diertjes zwaaien omstebeurt.
Eerst kleine aap, dan kleine olifant, kleine tijger, kleine leeuw, kleine zeehond, kleine papagaai, kleine hond, kleine schildpad, kleine giraffe, kleine poes, kleine vlinder, klein konijn, kleine kip, kleine vis, klein nijlpaard, kleine eend, kleine kikker en ten slotte kleine geit.
Maar dan ziet kleine beer iets raars.
Kleine muis zwaait niet.
Kleine muis kijkt sip naar beneden.
Kleine muis huilt.
Kleine beer ziet een plaatsje vrij naast kleine muis.
Voetje voor voetje schuifelt hij naar de stoel.
Heel voorzichtig gaat hij naast kleine muis zitten.
Alle kleine diertjes kijken vol spanning naar kleine muis.
De diertjes vinden de eerste schooldag zelf ook spannend.
Kijk maar, hun snorharen trillen een beetje.
Kleine beer legt een arm om kleine muis.
Hij haalt een zakdoek uit zijn zak en geeft hem aan kleine muis.
Kleine muis droogt zijn tranen af.
Er komt een voorzichtige glimlach tevoorschijn.
Voorzichtig kijkt kleine muis de kring rond.
Alle diertjes zwaaien weer omstebeurt, nu naar kleine muis.
Eerst kleine aap, dan kleine olifant, kleine tijger, kleine leeuw, kleine zeehond, kleine papagaai, kleine hond, kleine schildpad, kleine giraffe, kleine poes, kleine vlinder, klein konijn, kleine kip, kleine vis, klein nijlpaard, kleine eend, kleine kikker, kleine geit en ten slotte ook kleine beer.
Kleine muis doet heel voorzichtig, beetje bij beetje, zijn arm omhoog.
Aarzelend zwaait hij terug naar alle andere diertjes.
Dan zwaait iedereen uitbundig naar elkaar.
De diertjes beginnen te klappen voor elkaar.
Ze hebben er zin in.
Het schooljaar is begonnen.

Download het rollenspel hier

Afsluiting

  • Laat de kinderen in groepjes van 3 of 4 dieren een spel met elkaar bedenken.

Geef een paar voorbeelden waar het spel over zou kunnen gaan.
Voorbeelden:
– de dieren zitten ‘s morgens aan het ontbijt
– de dieren spelen in de speeltuin (en willen op de schommel)
– de dieren zitten samen in een kooi in de dierentuin
– de dieren zwemmen in de zee

Het is leuk om de zelfbedachte toneelstukjes aan elkaar te laten zien.

  • Of: laat de kinderen in het groepjes spelen hoe het ging op hun eerste schooldag. Laat ze dat als dier spelen of als kind zelf.

Je kunt als afsluiter de kinderen ook stimuleren om hun situatie uit te spelen in de huishoek. Het is afhankelijk van welke afsluiter je kiest om hen de situatie uit te laten spelen.