Judith vertelt over haar dochter. ‘Twee kinderen uit één gezin met maar twee overeenkomsten: dezelfde achternaam en snelle koppies. Maar verder hoef je ze niet te vergelijken.’

21 maanden na de geboorte van mijn zoon, beviel ik van mijn dochter. Gewapend met kennis en ervaring van de eerste keer, bereidde ik me weer voor op maandenlang niet slapen, veeeeeeel huilen en totale stress. Het was het de eerste keer allemaal waard geweest, dus deze keer zou het me ook lukken…

Hoe anders was deze keer! Dochterlief huilde zelden, sliep en dronk met de klok, had ritme in één week en liet zich moeiteloos in een nieuw ritme voegen. Heel fijn, want door haar stabiele, rustige babytijd, had ik nog veel tijd over voor zoonlief, die lekker begon te peuterpuberen. Ik moet zelfs eerlijk zeggen, dat ik soms echt schrok van de tijd: dan meldde ze zich niet en vergat ik haar bijna…

Zo verschillend als die babytijd al was, zo verschillend zijn ze gebleven. Introvert en extravert, einzelgänger en allemansvriend, laat-mij-maar vs. hier-ben-ik, rekenaar en cultuurliefhebber.

Dochter

Een ander persoontje

Ze gingen beiden naar hetzelfde KDV en troffen veel dezelfde leidsters. En uiteindelijk gingen ze naar dezelfde school. Op beide plekken merkte ik dat dochterlief vaak werd bekeken vanuit het perspectief van zoonlief. Logisch eigenlijk en heel eerlijk, zelf deden we dat ook. Maar gelukkig constateerde men snel dat ze toch echt een ander persoontje is.

En dat moet ook. Natuurlijk blijft ze feitelijk altijd ‘het zusje van’, maar dat doet afbreuk aan wie ze zelf is. Ik kan me overigens goed voorstellen hoor, dat het voor leerkrachten vrij vanzelf gaat, om broertjes en zusjes uit één gezin toch met elkaar te vergelijken. Ik had het zelf nog op de middelbare school. Mijn broer, 5 jaar ouder, was heel goed in handelsrekenen, ik totaal niet. Zegt die docent bij het teruggeven van een -onvoldoende- proefwerk eens tegen me: “Ik snap het niet hoor, je broer had altijd negens…”. Ik ben die zin nooit vergeten.

Mijn zoon heeft inmiddels de overstap gemaakt naar fulltime hoogbegaafdenonderwijs. Een school, 20 kilometer verderop. Waar hij beter begrepen en begeleid wordt. Veel van de kinderen daar, hebben ook een broer of zus op dezelfde school. De meeste ouders vonden dat een logische stap. Als het voor de één goed is, is het voor de ander (ook erg slim) vast ook een betere school. Ik kan me echter niet voorstellen dat mijn dochter gelukkig gaat worden op die school. Ja, ze is slim. Niet getest op hoogbegaafdheid, omdat dat niet nodig was. Ze presteert bovengemiddeld en laat zien wat ze kan; de resultaten spreken voor zich. Heel anders dus, dan zoonlief.

Maar op die school zou voor haar het snel leren, het veelal exacte, het feit dat er alleen maar hoogbegaafde kinderen zijn, juist helemaal niet werken. Want – ik val in herhaling – het is een totaal ander kind.

Er waren echter twee momenten in haar leventje, dat ‘het-zusje-zijn-van’ haar, en ons, ontzettend goed uit kwam. Toen ze drieënhalf was, was het KDV voor haar niet meer leuk. Het was een heel kleine groep, met verder nog voornamelijk 2-jarigen. Het aanbod was dus gericht op het jongere kind, terwijl haar aandacht gericht was op een paar deuren verder: school! Ze was al ver met tellen, letters, ze wilde van haar grote broer al dingen leren. KDV concludeerde echter dat ze niet klaar was voor school, omdat ze niet goed samen speelde. De juf van zoonlief heeft toen voor ons een lans gebroken: ze werkte mee aan een vervroegde schoolgang. Gebaseerd op de ervaringen met haar broer, en het vertrouwen dat dit zusje net zo makkelijk leerde.

Anderhalf jaar later, aan begin groep 2, werd ze opstandig, zelfs bijna depressief. Ze verveelde zich stierlijk. De overstap naar groep 3 was vrij snel besloten. Ook weer gebaseerd op de ervaring en de kennis die ze hadden omtrent haar broer. Haar broer, die net een IQ-test had gemaakt, die op hoogbegaafdheid wees.

Op school

Bepaald perspectief

Voor er misverstanden bestaan: nee, ik ben geen absoluut voorstander van versnelling en ik vind ook niet dat je zonder meer kunt concluderen dat broer of zus automatisch beiden hoogbegaafd zijn. Maar in ons geval heeft het moeizame pad van zoonlief er wel voor gezorgd dat de ogen van de leerkrachten vanuit een bepaald perspectief op onze dochter gericht waren.

Maar het verschil wordt gelukkig ook erkend: waar voor mijn zoon een regulier traject niet meer mogelijk was, weten we dat mijn dochter momenteel juist niet gebaat zou zijn bij een school voor hoogbegaafden. Twee kinderen uit één gezin met maar twee overeenkomsten: dezelfde achternaam en snelle koppies. Maar verder hoef je ze niet te vergelijken.

Ik wens alle leerkrachten en ouders veel wijsheid toe, in het bepalen van de juiste weg voor hun leerlingen/kinderen, voor broertjes en zusjes. Leerkrachten, bij het vaststellen van de eigenheid van ieder kind, en ouders, bij het bepalen van de juiste school. Kies niet puur geografisch en logistiek makkelijk, maar kijk naar waar jouw unieke kind het het beste doet. En al dat reizen, dat went snel!