Binnen de school van juf Suzanne staat het werken vanuit de meervoudige intelligenties centraal. Maar wat zijn nu die verschillende intelligenties en wat is de meerwaarde voor het onderwijs?

De theorie

“Het gaat er niet om hoe intelligent  je bent, maar om hoe je intelligent bent.”
Deze uitspraak komt van de grondlegger van de theorie van meervoudige intelligentie, dr. Howard Gardner.
Voordat Gardner deze theorie beschreef, werd vooral uitgegaan van het meetbare IQ van mensen. Maar Gardner gaat er vanuit dat iedereen op zijn eigen manier intelligent is. Hij maakt daarbij onderscheid tussen 8 verschillende intelligenties. Die intelligenties zijn per persoon verschillend ontwikkeld.
De manier waarop je knap bent, geeft ook aan op welke manier jij het beste kunt leren. Omdat niet iedereen dezelfde intelligenties sterk ontwikkeld heeft, krijg je verschillende soorten van slim of knap zijn. Ieder kind is dus slim en knap op zijn eigen manier.

Bron: talentstimuleren.nl

Bron: slo.nl

De 8 intelligenties

Taalknap (Verbaal-Linguïstische intelligentie)
Kinderen die taalknap zijn, zijn goed met woorden. Ze lezen graag, hebben een grote woordenschat en pikken snel nieuwe woorden op. Daarnaast zijn ze sterk in bijvoorbeeld  het schrijven van verhalen of het voeren van een debat. Ze kunnen goed argumenteren en formuleren. Naast praten, kunnen ze ook goed luisteren.

Rekenknap (Logisch-Mathematische intelligentie)
Het verbaast je vast niet dat deze kinderen goed zijn in rekenen. Maar bij deze intelligentie komt meer kijken dan alleen met getallen bezig zijn. Rekenknappe kinderen zijn goed in het leggen van verbanden (oorzaak-gevolg) en kunnen goed ordenen. Daarnaast zijn ze sterk in het logisch redeneren, kritisch denken en analyseren en werken ze gestructureerd.

Beeldknap (Visueel-Ruimtelijke intelligentie)
Deze knap wordt ook wel de visueel-ruimtelijke intelligentie genoemd. Het gaat daarbij dus ook om het ruimtelijk inzicht, het oriënteren in de ruimte. Kinderen die beeldknap zijn, denken in beelden en hebben oog voor de kleuren en vormen in hun omgeving. Ze zijn sterk in het creëren, het beeldend vormgeven. Deze kinderen zijn vaak aan het schetsen of krabbelen als ze wat tijd over hebben. Omdat ze denken in beelden zit er vaak al direct een plaatje of ontwerp in hun hoofd.

Beweegknap (Lichamelijk-Kinesthetische intelligentie)
Deze knap heeft alles te maken met bewegen en het gebruik van je eigen lichaam. Deze kinderen zijn de actieve sporters, maar ook de dansers. Ze hebben een groot lichaamsbesef en maken gebruik van hun lichaam bij het praten door middel van gebaren en mimiek. Fijne motoriek is vaak sterk ontwikkeld, waardoor deze kinderen ook graag knutselen. Deze kinderen leren makkelijker door bewegen, dus springend de tafels opzeggen bijvoorbeeld.

Muziekknap (Muzikaal-Ritmische intelligentie)
Heb je een kind in de klas dat de hele dag liedjes neuriet of op de tafel trommelt? Dan kun je er vrijwel zeker van zijn dat dit kind muziekknap is. Deze kinderen pikken nieuwe liedjes razendsnel op, maar luisteren ook graag naar muziek. Vaak spelen ze een muziekinstrument en hebben ze een goed gevoel voor ritme. Sommige kinderen maken zelfs hun eigen liedjes. Liedjes en rijmpjes werken bij deze kinderen uitstekend om iets aan te leren.

Natuurknap (Naturalistische intelligentie)
Deze kinderen zijn het liefst buiten. Ze kunnen uren doorbrengen in de tuin en alles wat er groeit en bloeit ontdekken. Ze zijn gefascineerd door de wereld om hen heen en observeren de veranderingen in de natuur. Ze weten veel over planten en/of dieren en kunnen er ook goed voor zorgen. Deze kinderen zijn sterk in het ordenen en verzamelen en herkennen daardoor sneller bepaalde patronen.

Samenknap (Interpersoonlijke intelligentie) ­
Deze kinderen zijn erg sociaal. Ze houden ervan om onder de mensen te zijn en hebben een groot inlevingsvermogen. Ze werken graag samen en helpen anderen waar ze kunnen.  Deze kinderen zijn gevoelig voor de sfeer in de groep en voelen haarfijn aan wanneer er iets aan de hand is.

Zelfknap (Intrapersoonlijke intelligentie)
Een kind dat zelfknap is heeft een groot zelfreflecterend vermogen. Hij kent zijn eigen sterktes en zwaktes. Meestal blijven deze kinderen het liefst een beetje op de achtergrond. Zelfknappe kinderen lijken soms weg te dromen of in hun eigen wereldje te zitten (soms ook zoeken ze letterlijk een eigen stilteplekje op), maar denken heel goed na voordat ze ergens een antwoord op geven. Ze zijn vaak wat stiller, maar observeren haarscherp wat er om hen heen gebeurt.

Er bestaat inmiddels een negende knap, filosofeerknap. Deze knap wordt bij ons op school nog niet expliciet ingezet, maar ik zal hem hier kort toelichten.

Filosofeerknap (Existentiële intelligentie)
Deze intelligentie is nog relatief onbekend. Dat komt omdat het hierbij vooral gaat om mensen die grote interesse tonen in de zin van het bestaan, de kosmos en/of religie. Deze groep mensen, waaronder bijvoorbeeld de Dalai Lama, houden van filosoferen en stellen kritische vragen over allerlei uiteenlopende zaken.

Waarom werken met Meervoudige Intelligenties?

Binnen de school waar ik lesgeef, wordt inmiddels al een heel aantal jaren met het principe van MI (meervoudige intelligenties) gewerkt. Het mooiste van MI vind ik dat je de kinderen meegeeft dat iedereen op zijn eigen manier slim is.
Iedere juf of meester kan zich wel een kind voor de geest halen dat op het cognitieve vlak minder goed presteerde. Maar daar tegenover staat dan bijvoorbeeld een geweldig tekentalent of een toekomstige topatleet.
Er wordt gebruik gemaakt van talenten om andere intelligenties verder te ontwikkelen, door bijvoorbeeld het bewegen te koppelen aan het opnemen van kennis en verschillende werkvormen te gebruiken om een lesdoel te behalen.
We leren kinderen dat we gebruik kunnen maken van elkaars kwaliteiten om samen ook te ontwikkelen, wat het groepsgebeuren ten goede komt.

Helaas is ons onderwijs vaak voornamelijk verbaal-linguïstisch en logisch-mathematisch ingericht. Denk maar aan de dingen die je als leerkracht via taal overbrengt op de kinderen. Of de rekenlessen met werkboeken vol sommenrijtjes. Gelukkig zijn de methoden inmiddels een stuk aantrekkelijker gemaakt dan in mijn basisschooltijd, maar toch is het voor kinderen waarbij juist deze intelligenties minder goed ontwikkeld zijn, soms moeilijk te volgen.
Die kinderen spreek je aan door hetzelfde lesdoel in een andere vorm te gieten. Denk aan de tafelliedjes bijvoorbeeld, of het maken van reliëfkaarten bij aardrijkskunde om topografie meer betekenis te geven. Of door gebruik te maken van MI-werkvormen, waar ik in een volgend blog wat voorbeelden van zal geven.

Persoonlijk denk ik niet dat het idee om een lesdoel vanuit verschillende invalshoeken aan te bieden nieuw is voor jullie. Er zijn veel creatievelingen onder jullie die juist ook de rekenzwakke leerling die wel heel natuurknap is, weten te bereiken door hem grafieken van zijn zelf gezaaide plantjes te laten maken.

Voel je gerust vrij om hieronder jouw tip voor het werken met MI achter te laten, zodat ook andere leerkrachten jouw idee in hun onderwijspraktijk in kunnen zetten.

In navolging van dr. Howard Gardner:
“Het gaat er niet om hoe knap je bent, maar om hoe je knap bent.”