(Door Hellen) Jehovah’s getuigen. Een geloofsovertuiging waar veel mensen over gehoord hebben. Waar ook veel mensen een mening over hebben. Ik ben opgevoed als Jehovah’s getuige

Ik kom uit een gezin met 6 kinderen. Mijn ouders zijn beide Jehovah’s getuige. Het grootste gedeelte van mijn familie (ooms, tantes, nichtjes etc) zijn Jehovah’s getuige of Jehovah’s getuige geweest.
Voor hen is het niet enkel een geloofsovertuiging. Het woord geloofsovertuiging impliceert dat het geloof een onderdeel is van iemands leven.

Voor mijn familie is het een manier van leven. Het zíjn van een Jehovah’s Getuige ís hun leven.
De denkwijze, dagindeling, vrije tijdsinvulling, normen en waarden, principes, het maken van keuzes, alles is direct of indirect afgeleidt van ‘de waarheid’.

De waarheid

Inhoudelijk wordt de geloofsovertuiging van de Jehovah’s Getuigen aangeduidt als ‘de waarheid’

Het opvoeden van kinderen als Jehovah’s Getuige, is geen kwestie van óf desbetreffende ouders ervoor kiezen om dat te doen. Die gedachte is niet aan de orde, in ieder geval niet bij mijn ouders.

Het opvoeden van je kinderen in ‘de waarheid’, als je Jehovah’s getuige bent, is een vaststaand feit.

Zo ook bij mijn ouders. Ik ben geboren als een Jehovah’s getuige. Anders dan bij andere geloofsovertuigingen, worden kinderen niet gedoopt bij de geboorte. Jehovah’s getuigen laten zich dopen als zij die keuze zelf bewust kunnen en willen maken.

Jehovah’s getuige

Als kind was voor het voor mij heel normaal om Jehovah’s getuige te zijn. Het hoorde bij ons gezin om twee keer per week naar de Koninkrijkszaal te gaan.
Om daarnaast één keer per week boekstudie te hebben bij iemand in huis. Ook was het voor mij normaal om op zaterdagochtend en soms op zondag, in de velddienst te gaan.

Als gemeente (broeders en zusters van verschillende gezinnen vormden samen een gemeente) hadden wij twee keer per jaar kringvergadering van 2 dagen in o.a. Swifterbant.

Ook was er één keer per jaar een congres van drie dagen waar vele verschillende gemeenten samen kwamen in de Jaarbeurs in Utrecht.

Het was voor mij ook heel normaal om thuis geen speciale feestdagen zoals onze verjaardagen, de Kerst, Sinterklaas, Pasen, Pinksteren, etc te vieren of bij stil te staan.

(Bijna) geen feesten

Wij hebben nooit een kerstboom gehad, paaseieren verstopt, de intocht van Sinterklaas gezien, of verjaardagsslingers in huis gehad. Ik ben als kind nooit naar een kinderverjaardag, of een kerstviering op school geweest.

Ik krijg vaak als reactie dat mensen het zo zielig vinden dat ik als kind al die feestdagen niet heb gevierd. En ook denken de meeste mensen dat je als kind dat heel erg moet hebben gevonden. Dat ik echt wat gemist heb in mijn kindertijd.

Hoe kan ik iets gemist hebben als ik niet eens wist wat het inhield? Ik heb voor mijn gevoel daardoor niet iets gemist, omdat ons leven voor mij heel normaal was. Ik kende niet anders.

Wij vierden (en vieren) de trouwdag van mijn ouders en familieleden altijd uitgebreid.

Als kind was de trouwdag hét moment waarop wij kadootjes kregen. We maakten verlanglijstjes en trokken een lootje.

Op die dag werden alle kadootjes verzameld in een gele wasmand en achter de bank gezet.
We hadden allerlei lekkere hapjes, mochten lang opblijven en mijn oudere zussen dronken een wijntje.

De verschillen tussen ons gezin en onze familie, t.o.v. gezinnen die geen Jehovah’s getuige zijn, begon ik pas echt te zien vanaf mijn puberteit.

Tuurlijk heb ik me wel eens ongemakkelijk gevoeld als ik op school geen kerstman, maar een sneeuwpop moest knutselen.
En het feit dat wij niet bij de verjaardagen van leerkrachten op school mochten zijn, is mij ook echt niet ontgaan.

De enkele keer dat ik als kind op donderdagavond naar de stad kon gaan omdat het koopavond was, was magisch.

Op donderdagavond gingen wij altijd naar de Koninkrijkszaal, dus zoiets als de koopavond was echt iets speciaals voor mij.

Alles in ons gezin draaide om ‘de waarheid’, vanaf het opstaan tot het slapengaan. Elke dag, altijd.

Voor elke maaltijd was het voor ons heel normaal dat mijn vader een gebed uitsprak. Het hoorde ook bij ons gezin dat er elke dag een dagtekst werd besproken.

Op maandagavond was gezinsstudie, als voorbereiding op de komende vergaderingen in de Koninkrijkszaal of boekstudie bij iemand in huis.

Ook was het normaal dat wij 1x per zoveel weken zelf een korte bijbellezing moesten houden op het podium in de Koninkrijkszaal. Dit was niet altijd even makkelijk om te doen, maar het hoorde er gewoon bij.

Velddienst

De velddienst was niet mijn favoriete bezigheid, sterker nog, ik vond het vreselijk.

Ik schaamde me, voelde me voor het blok gezet, en hoe ouder ik werd hoe erger ik het vond. Maar het hoorde er ook gewoon bij.

Ik had geen keus. Er was geen ruimte om te twijfelen aan ‘de waarheid’. Dat werd simpelweg niet toegestaan.

Ik ben op mijn 16e door middel van een brief aan mijn ouders, gestopt met het zijn van een Jehovah’s Getuige. Dit was geen makkelijke periode.

Mijn ouders blijven altijd mijn ouders.

Zij hebben mij opgevoed vanuit hun standpunten, juist met de gedachte om mij een goed leven te geven. En dat respecteer ik. Zij staan klaar voor mij op hun eigen manier.

Onze verschillen in overtuigingen, kijk op de wereld en manier van leven hebben zij geaccepteerd.

Ze respecteren het feit dat ik onze dochter niet wil opvoeden als Jehovah’s getuige. Ze weten dat ik nu wel verjaardagen, kerst en Sinterklaas vier.

Zij komen niet naar de verjaardag van onze dochter en dat is prima.

Mijn dochter weet waarom ze niet komen, en het maakt voor haar niets uit. Mijn ouders zijn een hele lieve opa en oma, en dat is waar het om draait.

Uitgelichte foto: Shutterstock