De buitenspeeltijd is nooit saai. Er vallen een paar kleuters, ik strik tig veters en ik los zo’n twintig ruzies op. ‘Ik ben gevallehehehehehen en ik heb bloeoeoeoeoeod.’ Maar kleuterleerkrachten kunnen toch uren thee leuten op de rand van de zandbak?

Uren thee leuten op de rand van de zandbak?

Het is 9.30 uur en ik sta op het plein. Mijn tenen vriezen er bijna af, maar ergens in een hoekje zie ik een zonnetje. Ik moet al een kwartier plassen, maar mijn klas en ik zijn de enigen die buiten zijn. En met een gevaarlijke weg tussen de school en het plein zie ik maar even af van een plaspauze terwijl ik mijn klas alleen moet laten. Ik kan nog wel even wachten.
Eindelijk, daar zie ik mijn collega met haar kleuterklas aankomen. Onderweg naar het schoolplein heeft ze al drie paar veters (opnieuw) gestrikt, een kind weer terug naar de wc laten gaan en een paar ruzies opgelost. Maar ze wijst naar me dat ze eraan komt.
‘Zijn ze bij jou ook zo lawaaie…’ Wil ik zeggen als ze naast me staat, maar er komt een blond meisje met boos hupsende vlechtjes op me af rennen. ‘Juhuf, hij deed mij pijn!’ En ze wijst met een priemende vinger naar een boom. Waar het kleinste jongetje van de klas zich achter blijkt te verstoppen. Ik loop erop af en los de ruzie met de kinderen op. Mijn blaas begint wat harder tegen me te roepen dat ik nu echt moet gaan plassen.
Ik wil naar mijn collega toe lopen, maar er komt een betraand gezicht op me af. ‘Huuuuuuuuuuh, ik ben gevallehehehehehen en ik heb bloeoeoeoeoeod, huil huil huil’. Ha, dat is mijn kans denk ik. Ik roep mijn collega, wijs snel dat ik naar binnen moet en ren, voor zover dat kan met een beentrekkend kind, naar binnen.
Ik veeg wat tranen af, plak een pleister met een sticker (natuurlijk niet die blauwe auto, maar de gele waar ik toch echt even voor moet graven in mijn stickerbak), geef een slokje water en bekijk de situatie. Ja, leed geleden, tranen en pijn weg, kind kan weer naar buiten en ik eindelijk naar de wc.
En hoe lekker is dat als je met een ontzettend volle blaas eindelijk kunt plassen.
Als ik terug buiten kom, struikel ik over wat nieuwe kleuters die dreutelend bij het hek staan. Ze willen liever bij hun moeder zijn. Ik troost ze met de woorden dat het echt niet lang meer duurt voordat mama ze ophaalt (weten zij veel hoe lang dat dan duurt). Verderop zie ik drie kleuters met de armen over elkaar boos naar elkaar schreeuwen. Daar loop ik dan ook maar meteen naar toe. Ik neem de stappen nog even met de kinderen door. ‘Weten jullie het nog? 1: afkoelen 2. nadenken 3. zeggen wat je niet fijn vindt 4. oplossing.’ Binnen tien seconden zijn ze al bij 4. de oplossing: ze zijn weer beste vrienden van elkaar. Wat gaat dat toch heerlijk snel bij kleuters.
Ik stap weer op mijn collega af. Als ik mijn mond open doe om iets tegen haar te zeggen, klapt ze al in haar handen. De buitenspeeltijd is voorbij.