Ken je dat? Je zit in de kring en je hoort ellenlange verhalen van een van de kinderen aan. Vervolgens zit minstens de helft te wiebelen op hun stoel. Dat kan anders! Hoe ik elke maandag de weekendkring doe

Misschien ken en doe je deze werkvorm al lang, maar ik denk dat nog niet iedereen ervan weet. Daarom een blog over hoe ik de weekendkring inzet met een binnen- en buitenkring. Luisteren en vertellen is een belangrijke vaardigheid voor kleuters om te oefenen en ik zet hier deze weekendkring voor in.

Binnen- en buitenkring

De binnen- en buitenkring is een coöperatieve werkvorm. Zo is hoe ik het inzet.

Ik start met denktijd. Denktijd is een halve of hele minuut lang (ik zet een timer aan op mijn telefoon) bedenken  wat je hebt gedaan afgelopen weekend. Als kinderen dat nog moeilijk vinden, mogen ze ook bedenken wat ze het leukste vonden afgelopen weekend.

In het midden van de kring staat bij ons een tafel. Ik laat de helft van de klas een plekje zoeken en met hun billen tegen de tafel aan staan. Ik geef daarbij de instructie dat ze snel stil moeten zijn, zodat ik de andere kinderen kan vragen.

De andere helft van de klas laat ik een plekje kiezen tegenover iemand aan de tafel. Omdat we dit elke week doen, kunnen de kinderen dit nu heel snel. Ik check ook snel of iemand alleen staat en koppel dan die kinderen aan elkaar. Soms heb je drie kinderen bij elkaar, die geef ik naderend wat meer tijd, zodat ook de derde nog kan vertellen.

Lees ook: KAARTJES COÖPERATIEVE WERKVORMEN

Weekendkring

Ik vraag de kinderen van de binnenkring de hand op te steken, die mogen beginnen met vertellen. Ik heb gemerkt dat een minuut vertellen meer dan voldoende is. Langer houden ze de aandacht niet vast. De buitenkring daag ik (van tevoren) uit om vragen te stellen aan de binnenkring als de kinderen van de binnenkring niet meer weten wat ze moeten vertellen. We hebben een aantal vragen geoefend, zoals: Wat heb je gegeten? Heb je uitgeslapen? Heb je buiten gespeeld? En zo ja, wat heb je daar gedaan?

Als de timer gaat na een minuut, vraag ik drie kinderen van de buitenkring te vertellen wat hun maatje van de binnenkring heeft verteld.

Daarna wisselen we om en mag de buitenkring dus vertellen.

Hoe vaker ik dit doe, hoe meer ze te vertellen hebben.

Elke week let ik op een specifiek iets en vertel ik ook hoe ik dat wil zien. Bijvoorbeeld de luisterhouding, de vertelhouding of wat er verteld wordt. Hier geef ik ook direct feedback op.

We oefenen deze weekendkring elke week, dus het vertellen én het luisteren gaat steeds beter.

Lees ook: VAKANTIEKRING, MAAR DAN ANDERS

Uitgelichte foto: Shutterstock

BewarenBewaren