Ik ben altijd op zoek geweest naar DE juf. De leerkracht die het -in mijn ogen- perfect doet in de klas. En als ik die gevonden had, zou ik wel eens al die trucjes nadoen om zo ook de perfecte juf te worden. Want dat wil ik zijn, de beste. 

Maar wat gek, dat blijkt helemaal niet te werken. Hoe meer ik mijn best doe om iets na te doen, hoe verder ik van mezelf af kom te staan. En hoe meer ik probeer de perfecte leerkracht te zijn, hoe minder goed ik het eigenlijk doe.

Kinderen staan altijd klaar met in elke hand tien naalden om eens lekker door je heen te prikken. Ben ik moe? *prik* Heb ik mijn dag niet? *prik* Ben ik onzeker? *prik prik prik*. Helemaal lek geprikt. En terecht. Niemand wil toch werken met iemand die nep is?

Nu ik op een nieuwe school werk komt het gevoel weer een beetje naar boven. Een nieuwe school, dus nieuwe inzichten en nieuwe gewoontes. In gesprekken of in het werk met de kinderen heb ik de neiging om collega’s na te doen . Zo gaat het hier op school, dus dan zal ik dat vast ook zo moeten doen, denk ik dan.

Ik vind het soms moeilijk daar een scheiding in te maken. Ik heb heus wel wat ervaring opgedaan in de afgelopen jaren en ik heb ook heus wel goede ideeën over hoe ik het wil hebben in de klas. Maar blijkbaar durf ik daar niet altijd volledig op te vertrouwen.

Kijken naar hoe het beter kan is altijd goed, maar ik kan er in doorslaan.
Ik ben ik en ik weet ook heel goed wat ik doe en wat ik wil. En als ik dat kan uitstralen naar collega’s en kinderen en er zelf ook echt in geloof, dan is goed. Als ik mezelf ben, zullen de kinderen, ouders en collega’s zien dat ik in mijn kracht sta. Pas dan kan ik die leerkracht zijn die ik zo graag wil zijn.