Ik ben altijd op zoek naar hoe ik de beste leerkracht kan zijn. Mag ik eigenlijk van mezelf wel een gewone juf zijn? 

Mag ik van mezelf een gewone juf zijn?

Ik ben dol op mijn vak. Met veel plezier ga ik elke dag naar mijn werk. Ik kan er mijn creativiteit kwijt, houd van de kinderen en kan hard lachen om de fantastische uitspraken en belevenissen. Geen dag is hetzelfde en die afwisseling vind ik heerlijk.

Maar ik laat mezelf niet toe fouten te maken.

En ik mag niks meer te leren hebben.

Ik wil de leerkracht zijn die in het nieuws komt omdat ze hele bijzondere dingen doet in de klas. De leerkracht waar alle kinderen nog jaren over praten, omdat ze zo goed (wat dan ook) kan. De leerkracht die perfect is en waar iedereen van kan leren.

Een superteacher die de meest fantastische leerkracht is die er bestaat.

Maar tegelijkertijd weet ik dat ik zo’n leerkracht helemaal niet ben. En dat vind ik niet leuk.

Soms kan het chaotisch overkomen in mijn klas. Zijn overgangen bijvoorbeeld niet helemaal strak. Ik stoei daar dan mee, omdat ik net iets anders in mijn hoofd heb, of ik weer eens een creatief idee hebt wat ik meteen wil uitvoeren.
En vraag ik mezelf af of het des kleuters is, of dat ik er echt wat mee moet doen.

Eigenlijk wil ik de leerkracht zijn waar alles strak verloopt, de kinderen optimaal leren en ze ook nog volop hun talenten kunnen ontwikkelen.

Maar waarom mag ik dat niet leren? Waarom moet nu alles perfect zijn?

Sinds wanneer is een gewone juf niet gewoon goed genoeg? Gewoon een leerkracht die het beste voor heeft met de kinderen. Haar stinkende best doet voor de kinderen. Keihard werkt.
En af en toe een foutje maakt. Want misschien ben ik geen superleerkracht en toch ook maar gewoon een mens.

Ik moet maar eens leren tevreden te zijn met wat ik doe. Lachen om mijn foutjes.
En openstaan voor leermomenten. Want die mag ik ook hebben.