Eten is een interessant thema voor kleuters. Zelf hebben ze er soms moeite mee. Maar ze vinden het maar al te leuk om restaurant te spelen, boodschappen te doen en te proeven van verschillende etenswaren. Een spannend thema dus! 

Recepten

Recept appelmoes

 

Fonemisch bewustzijn

  • Laat de kinderen een tekening maken met etenswaren met dezelfde letter. Bijvoorbeeld een tekening van brood, bananen, bier, etc.
  • Hakken en plakken is belangrijk bij kinderen. Leg allerlei boodschappen in het midden van de kring. Zet er een boodschappenmandje of -wagentje bij. Vraag aan een kind om een boodschap in het mandje te leggen. Hak het woord. Zeg dus bijvoorbeeld: pak jij de k-aa-s?
  • Maak een pizza en een pannenkoek. Maak er zoveel stukjes van als er lettergrepen zijn. Klap alle stukjes van het woord en laat de kinderen meetellen. Pannenkoek heeft dus pan-nen-koek en pizza heeft piz-za.
  • Vraag de kinderen naar hun lekkerste eten. Weten ze ook welke boodschappen daar nodig voor zijn? Vraag of de kinderen de boodschappen ook kunnen hakken en plakken. Dus voor lasagna heb je bijvoorbeel k-aa-s en p-a-s-t-a nodig.

Rekenen

  • Een mooie activiteit is natuurlijk het naspelen van het boodschappen doen. Je kunt de mini’s van de Albert Heijn gebruiken om het boodschappen doen. Plak het bedrag met een sticker of post-it op de boodschap. Laat de kinderen met nepgeld betalen. Maak het niet te moeilijk, dus een euro of twee euro’s, dan kunnen de kinderen nog beginnen met makkelijk rekenen. Voor kinderen die wat meer aan kunnen, kun je dit uitbreiden naar grotere bedragen.
  • Het boodschappenspel, maar dan in rekenvorm. Leg allerlei boodschappen in de kring. Tel samen met de kinderen hoeveel boodschappen er liggen. Verstop de boodschappen onder een doek. Hoeveel boodschappen liggen er ook alweer? Haal een boodschap weg, hoeveel zijn er dan? Leg er 2 bij, hoeveel dan? Etc.
    Een variant hierop is ‘flitsen’ van de boodschappen. Leg er snel een aantal neer en vraag de kinderen hoeveel er liggen. Zien de kinderen het meteen?
  • In de herfst kun je kastanjes, eikels en kastanjes gebruiken als etenswaren. Je kunt er verschillende dingen mee doen:
    – Je kunt je zandtafel vullen met de herfstspullen. Zet er wat attributen bij, zoals zakjes, weegschalen, schepjes en dergelijke. De kinderen gaan manipuleren met de spullen. Vertel de kinderen dat het een snoepwinkel is. Laat een kind de verkoper zijn, de andere kinderen komen ‘snoepjes’ kopen. Geef ze geld en de verkoper geld om terug te betalen. Een kastanje (een snoepje) is bijvoorbeeld een euro. Of je kunt de kinderen vragen de attributen te wegen. Bijvoorbeeld een euro voor 100 gram snoep. De kinderen kunnen tellen, de attributen wegen, met geld betalen, etc.
  • Rekenen met snoep is natuurlijk het leukste wat er is! Je kunt bovenstaand voorbeeld doen met echt snoep. Je kunt de kinderen ook snoep laten sorteren op soort, op grootte, dikte, lengte, etc. En is er voor iedereen genoeg snoep? Kan iedereen wel een snoepje krijgen. Ook erg leuk met pepernoten in de Sinterklaastijd.
  • Je kunt goed tellen met snoep. Pak een snoeppot of een andere glazen pot. Neem allemaal snoepjes. Je kunt de kinderen laten raden hoeveel snoepjes er in de pot gaan. Laat de kinderen de ogen dicht doen. Laat ze luisteren hoeveel snoepjes je in de pot doet.
    Je kunt de kinderen hardop mee laten tellen hoeveel snoepjes je er in doet. Terugtellen is ook leuk en belangrijk. Doe allemaal raadspelletjes met de snoepjes in de pot. Als je er eentje weg neemt, hoeveel heb je er dan? Dan doe je er twee bij, hoeveel zijn het er dan?
    Bij Juf Anke staat een leuke les over het gedichtje ‘zeven zoete zuurtjes in een fles’.
    Werkblad: Hoeveel snoepjes in de snoeppot?
  • Laat de kinderen hun lievelingscijfer kiezen. Schrijf dit voor ze op een vel papier. Of laat ze het groot schrijven, als ze dit al kunnen. De kinderen kunnen nu allerlei materialen die met eten te maken hebben opplakken in groepjes van dat lievelingscijfer. Ook leuk met snoep. De kinderen kunnen de groepjes producten natuurlijk ook tekenen of opplakken. Een variant hierop is etenwaren uitknippen uit folders en die opplakken in groepjes van het lievelingscijfer.

 

 

 

Taal

  • Het boodschappenspel. Leg een aantal boodschappen in het midden van de kring. Geef de kinderen even tijd om ernaar te kijken. Benoem van tevoren ook alle boodschappen, goed voor de woordenschat. Leg een doek over de boodschappen. Dan vraag je aan de kinderen welke boodschappen onder het doek liggen. Wie weet ze allemaal?
    Een variant hierop is het ‘echte’ boodschappenspel. Laat de kinderen een aantal (begin klein, met 3) boodschappen zien achter elkaar. Benoem het voorwerp en leg het dan uit het zicht. Wie van de kinderen weet welke boodschappen er voorbij kwamen? En weten ze het ook in de juiste volgorde?
    Beide activiteiten zijn erg geschikt voor in de kleine kring.
  • Maak een woordweb in de vorm van een bord. Teken een bord met daarin allemaal woorden die met het thema eten te maken hebben. Als sliertjes spaghetti kun je nu de woorden eraan verbinden die rondom eten horen. Zoek plaatjes bij de woorden en plak ze erbij.

 

 

 

 

Creatief

  • Knutselen met eten! Met etenswaren kun je heel goed knutselen. Je kunt bijvoorbeeld een mooi monster maken van komkommer, aardappel, tomaten, paprika, noem het maar op.
    Een lekker monster maak je van een eierkoek met snoep erop. Van poedersuiker kun je makkelijk glazuur maken waar je de snoepjes mee kunt opplakken.
  • Maak een bord van papier. Laat de hun lievelingseten erin tekenen. Het is leuk als je de kinderen ook een vork, mes en lepel laat uitprikken en erbij plakken. Je kunt dit bord met bestek ook gebruiken als placemat voor een activiteit met eten.

Werkbladen

 Stempelblad eten

Hoeveel snoepjes in de snoeppot?