(Door Judith) Sommige leerlingen lukt het niet om hun werk op tijd af te hebben of kunnen hun pennen en potloden nooit vinden. Voor ons leerkrachten soms best wel frustrerend, vooral omdat we nog zo’n 25 andere leerlingen in de klas hebben zitten. Toch willen leerkrachten deze leerlingen ook zo goed mogelijk helpen. Het is dan handig om iets te weten over executieve functies: hersenprocessen die mensen helpen om hun gedrag en emoties te reguleren zodat we efficiënt en effectief kunnen werken.

Executieve functies

Hot item?!

De laatste tijd is er steeds meer aandacht voor executieve functies binnen het onderwijs. Dit is ook niet zo verwonderlijk, want er wordt de laatste jaren ook steeds meer onderzoek gedaan naar executieve functies en hun invloed op gedrag.

Hersenen

Wanneer we meer willen weten over de EF’s moeten we naar de hersenen toe, om precies te zijn naar de frontale kwabben. Hierin wordt gedrag aangestuurd, wordt bepaald welke signalen belangrijk zijn en welke minder belangrijken wordt bepaald welke handelingen moeten worden verricht. Leerlingen met ontwikkelstoornissen zoals ADHD en stoornissen in het autistisch spectrum hebben problemen met EF’s.

Lees ook: LEKKER WERKEN: EEN POSITIEVE GROEP

Verschillende executieve functies

Er zijn twee verschillende soorten EF’s: EF’s die te maken hebben met cognitieve denkprocessen en EF’s die te maken hebben met gedrag.

EF’s die te maken hebben met cognitieve denkprocessen zijn:

  • werkgeheugen: informatie in het geheugen vast kunnen houden bij het uitvoeren van complexe taken.
  • planning/prioritisering: een plan kunnen maken om een doel te bereiken of een taak te voltooien en hierbij kunnen beslissen welke stappen het belangrijkste zijn om dit doel te behalen.
  • organisatie: mogelijkheid om systemen te ontwikkelen en onderhouden om op de hoogte te blijven van informatie en de benodigde materialen.
  • timemanagement: vaardigheid om de tijd in te kunnen schatten en de tijd goed te kunnen verdelen.
  • metacognitie: mogelijkheid om een stapje terug te doen om je eigen handelen en de situatie te overzien.

Lees ook: GEPAST GEDRAG STIMULEREN (IN DE KLAS EN DAARBUITEN)

EF’s die te maken hebben met gedrag:

  • respons-inhibitie: nadenken voordat je iets doet en je reactie kunnen uitstellen of tegenhouden.
  • emotieregulatie: emoties kunnen reguleren om doelen te bereiken, taken af te maken en gedrag aan te passen.
  • volgehouden aandacht: aandacht kunnen blijven geven aan een taak of een opdracht.
  • taakinitiatie: mogelijkheid om op tijd en op een effectieve manier aan een taak te beginnen.
  • doelgericht gedrag: doelen kunnen formuleren en deze binnen een gestelde tijd kunnen behalen.
  • flexibiliteit: kunnen schakelen tussen verschillende taken, om kunnen gaan met veranderingen en tegenslag en plannen kunnen herzien en aanpassen. Regels kunnen toepassen in verschillende situaties.

Ok, en nu?

Wanneer je de bovenstaande EF’s met hun beschrijving leest herken je misschien al een aantal leerlingen (jezelf, je partner of je eigen kind) die problemen hebben/heeft met één of meerdere van deze EF’s. Dit kan helpen om de leerling te begeleiden, er zijn namelijk genoeg mogelijkheden om de EF’s te versterken.

De komende tijd zullen er een aantal verschillende EF’s uitgebreid worden beschreven, samen met tips voor in de klas of thuis.

Uitgelichte foto: Shutterstock