De tasjesles, geschikt voor onder- en middenbouw, is een fijne manier om kinderen uit te dagen lange zinnen te maken. 

Tasjesles

De tasjesles is ontworpen door Annemarijn van der Woude, ambulant begeleider en leerkrachten coach.

Je hebt drie papieren tasjes nodig. Op het eerste tasje schrijf je Wie? Op het tweede tasje Waarmee? En op het laatste tasje Waar? Voor de visuele ondersteuning kun je plaatjes plakken op de voorkant van het tasje, bij de tekst.
In het tasje met wie stop je kleine poppetjes en plastic dieren. In het tasje waarmee doe je plastic vervoersmiddelen, zoals een lego fiets, een plastic bootje en een speelauto. In het tasje met waar stop je voorwerpen die een plaats aanduiden, zoals een plastic olifant voor de dierentuin.

tasjesles inhoud

De bedoeling is dat het kind uit elke zak een voorwerp grabbelt en hier een mooie, lange zin mee maakt.

Op de foto bovenaan staan een jongetje, een boot en een olifant. De zin wordt dan bijvoorbeeld: De jongen vaart met de boot naar de dierentuin.

De hogere groepen kun je de zinnen laten schrijven. Of er een coöperatieve werkvorm van maken, zodat de kinderen de zinnen aan elkaar vertellen.

Middenbouw

In de middenbouw kun je de zinnen langer maken met voegwoorden (omdat, want, terwijl etc). Je kunt ook ‘tijd’ toevoegen en  vragen maken door zinsdelen te verwisselen.

Wat levert het op?

Lange zinnen maken helpt enorm in de taalontwikkeling van een kind.
De kinderen worden uitgedaagd om lange zinnen te maken. Het stopt niet bij hij gaat naar de dierentuin, maar er zit actie in de zin. Er moeten juiste werkwoorden worden gebruikt. Je hoort snel in de klas: de jongen gaat met de boot naar. Maar: de boot vaart. Heel belangrijk voor de woordenschat en het vervoegen van werkwoorden later.
Het levert een enorme boost in de woordenschat op, wat weer heel belangrijk is voor het begrijpend lezen. Als je de woorden niet kent die je leest, snap je het verhaal ook niet.

Ik merk dat de kinderen (na een aantal keer oefenen met de tasjesles) er een heel verhaal van willen maken. Aan ons de taak om de kinderen uit te dagen daar mooie zinnen van te maken. Dus niet ‘En toen, en toen, en toen…’ Maar: ‘Ik reed met de trein naar de dierentuin. In de dierentuin liep ik naar de leeuwen. De beren vond ik een beetje eng, zij brulden hard.’ Etc.

Kaartjes

Je kunt ook kaartjes met voertuigen, mensen en plaatsen in de tasjes stoppen. Ik heb alvast voor de tasjes wat woordkaarten gemaakt. De eerste voor wie? De tweede voor waarmee? En de laatste voor waar?

Woordkaarten tasjesles

Woordkaarten tasjesles