(Door Judith) Inmiddels is de term ‘Passend onderwijs’ niet meer weg te denken uit het Nederlandse onderwijssysteem. Er wordt veel gesproken over ‘Passend onderwijs’ en in de praktijk van alle dag merkt iedereen er iets van. Ook heeft iedereen zijn of haar eigen mening over ‘Passend onderwijs’. In deze blog een korte weergave waar het ‘Passend onderwijs’ vandaan komt en een weergave van ‘Passend onderwijs’ in de praktijk.

Waar komt het ‘Passend onderwijs’ vandaan?

In 1994 heeft de Nederlandse overheid, gezamenlijk met allerlei andere landen in Salamanca Spanje, aangegeven te zullen werken aan inclusief onderwijs waarbinnen iedereen, ongeacht hun verschillen, welkom is op de school en waarbij er wordt gekeken naar de individuele behoeften van de kinderen. In de loop van de jaren zijn er al verschillende overheidsinitiatieven geweest, waaronder het Persoonsgebonden Budget en Weer samen naar school. Uit onderzoek is echter gebleken dat dit systeem ook veel haken en ogen heeft. Daarom heeft de minister van onderwijs een nieuw initiatief uitgewerkt: het Passend Onderwijs. Binnen het passend onderwijs mogen ouders hun kind aanmelden bij hun voorkeursschool. Binnen deze school wordt dan gekeken of er mogelijkheid is tot plaatsing en of er aan de hulpvraag van de leerling kan worden voldaan. Wanneer dit zo is moet de leerling worden aangenomen, wanneer dit niet zo is moet de school een passende andere plek regelen.

Wat is Passend onderwijs?

Passend onderwijs wordt door een ieder op een andere manier, en vanuit het eigen perspectief uitgelegd. Het is hierbij goed om te bedenken dat het niet alleen gaat om de leerlingen met gedragsproblemen of leerlingen die doof of slechtziend zijn. Passend onderwijs gaat over alle leerlingen.

Peter Mol (2015) schrijft ‘Als we onder Passend Onderwijs verstaan dat iedere leerling precies de didactische en pedagogische aanpak krijgt die bij zijn profiel hoort, is dat niet te realiseren. Wanneer we willen dat passend onderwijs een succes wordt, moeten we het idee loslaten dat methodieken, protocollen en procedures, registratiesystemen van individuele ontwikkelingsprocessen en toekomstperspectieven tot succes leiden. Het zal leiden tot stress bij leerkrachten en gedragsproblemen bij leerlingen. Passend Onderwijs is geen individueel onderwijs. Zolang kinderen in een groep zitten is het onmogelijk om maatwerk te leveren.

Wat dan wel? Als leerkracht moet je inzien dat alle leerlingen dezelfde behoeftes hebben, te weten: persoonlijke aandacht, gekend, erkend en herkend worden. Een leerkracht die dit aan leerlingen geeft doet volgens Mol (2015) aan passend onderwijs.

Lees ook: PASSEND ONDERWIJS DAT ÉCHT PAST!

Aan de slag

Het succes van Passend Onderwijs hangt af van de leerkrachten op de werkvloer. Zij moeten inzicht bezitten om proactief te kunnen handelen en zich inzetten om gezamenlijk vorm te geven aan de voornemens van het schoolteam.

Het is belangrijk om met alle leerlingen een relatie op te bouwen. Ga bij de deur staan, begroet de leerlingen bij binnenkomst en wees er voor hen wanneer zij de school binnen komen.

Gaat dan iedere dag goed? Nee, helaas niet. Ook ik kan me nog een situatie herinneren waarbij de politie op school moest komen omdat het door een leerling onveilig was voor de andere leerlingen en voor teamleden. Dit zijn echter de situaties die ons bijblijven en die ons beeld kleuren terwijl er ook zoveel mooie dingen gebeuren.

Lees ook: LEERKRACHT KNAPT AF OP PASSEND ONDERWIJS

Mijn praktijk

Ik heb een fijne groep 7 bestaande uit 25 leerlingen. Allemaal hebben ze hun eigen kwaliteiten en hun eigen geschiedenis. In mijn groep zitten twee leerlingen met een IQ dat beneden gemiddeld is. Normaal gesproken zouden zij les krijgen op een SBO school. Dat zou betekenen dat zij iedere schooldag 20 kilometer moeten reizen om bij hun school te komen en dan ook nog eens 20 kilometer om weer terug naar huis te gaan. Deze leerlingen hebben het naar hun zin in de klas. Eén is een hele goede voetballer, een aanwinst voor het schoolvoetbalteam en de ander geniet ervan om de directeur af en toe eens te helpen met een klusje. Deze leerlingen krijgen 4 dagen in de week 45 minuten lang ondersteuning van een onderwijsassistent die hen helpt om met praktische hulpmiddelen de leerstof te visualiseren. Ook heb ik nog een leerling met een combinatie van ASS en ADHD. Een schat, maar wel één die slecht tot werken komt in een klas en veel individuele aansporing nodig heeft. Door de dubbele diagnose die deze leerling heeft, hebben we ook voor hem budget gekregen om een onderwijsassistente hem te laten begeleiden. Iedere dag krijgt deze leerling 45 minuten extra ondersteuning. In deze tijd verwerkt hij een gedeelte van de leerstof, worden er sociale vaardigheidsactiviteiten gedaan en krijgt hij ondersteuning bij de dingen die hij lastig vindt.

Nu hoor ik je al denken, ja dat is lekker….. zij preekt voor Passend onderwijs, maar er is enorm veel ondersteuning. Tsja, het is maar hoe je ernaar kijkt. Wanneer ik je vertel dat er bij leerlingen in mijn groep daarnaast nog eens de volgende diagnoses zijn gesteld: dyslexie (2x), ASS (1x) en ADD (2x). Ik spreek daarnaast nog niet eens van andere, niet gediagnosticeerde problemen en problemen op sociaal-emotioneel gebied. Ik geniet echter iedere dag van ‘mijn’ groep. Alle 25 leerlingen hebben hun eigen talenten, hun eigen succeservaringen en hun eigen groei om door te maken. Ik ben niet de perfecte leerkracht en ook ik heb niet altijd 100% aandacht voor al mijn leerlingen, wanneer ik deze wel wil hebben. Ik doe echter mijn best om mijn leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden in het jaar dat ik hen mag onderwijzen. Volgens mij is dat ook ‘Passend onderwijs’.

Bronnen:

Mol, Peter (2015) Passend onderwijzen – Pedagogisch vakmanschap in de klas. 

Uitgelichte foto: Shutterstock