Thema het weer: 10 activiteiten door Yvonne. Het weer is voor peuters iets heel herkenbaars. Ik verzon 10 activiteiten om rond het thema weer te werken. En dat kan dus in elk seizoen in je jaarplanning gepland worden!

Je stelt vaak één seizoen centraal. Tijdens de wintermaanden plan je een thema rond het seizoen winter, maar je zult altijd zien dat er dan geen sneeuw valt. En regen staat wel voor de herfst, maar is in Nederland in alle seizoenen (helaas) herkenbaar.

Thema het weer: 10 activiteiten

In dit thema zetten we deze woorden die verband hebben met het weer centraal:
regen – wind – ijs – sneeuw – storm – wolken – zon – regenboog

1. Regendruppels

Deze regendruppels kun je maken met vingerverf of met een wattenstaafje. Laat de peuters met hun vinger of wattenstaafje stipjes of strepen tekenen op deze download waarop een paraplu is afgebeeld.

Paraplu

Download

2. Zelf wind maken

Leg plukjes watten op tafel en blaas ze naar elkaar. Zo ervaren de peuters dat ze zelf wind kunnen maken met hun mond! Maak er een spelletje van: naar elkaar toe blazen, in liggende bekertjes blazen, etc.
Variatie: Laat de peuters buiten zelf wind ervaren: Knip een vuilniszak in brede repen. De peuters kunnen er nu buiten mee rennen en de reep plastic gaat dansen in de wind. Pret verzekerd!

Kijk hier voor meer activiteiten die je kunt doen met wind.

3. Verven met ijs

Verven met ijs

Verdun wat plakkaatverf met water en vries dit in in een ijsblokjesvorm. Geef dan elke peuter een dikker papier en laat ze met het ijsblokje verven op het papier. Zo ervaren ze ijs en kou.

4. Scheerschuim

Spuit wat scheerschuim op tafel en laat de kinderen ermee spelen. Het is natuurlijk geen echte sneeuw, maar het past wel bij het thema weer. Doe je dit thema in de winter en heb je geluk dat het sneeuwt, dan kun je de kinderen sneeuw tijdens het buitenspelen laten ervaren. Of je haalt een bak met sneeuw naar binnen. Dan kunnen ze ook het smelten van de sneeuw ervaren.

5. Wind tekenen tijdens thema het weer

Leg grote vellen papier op de grond (of een stuk behang) en laat de kinderen zelf wind tekenen met wasco krijtjes. Je kunt bijvoorbeeld heel langzaam beginnen met de wind en de wind steeds sneller laten gaan op het papier. Je kunt ook voor muziek kiezen waarin snel en langzaam zich afwisselen.

6. Wolken

Zorg dat je een groot aantal witte ballonnen hebt. Blaas voor elk kind een ballon op. Vertel dat de ballonnen de wolken zijn en de wolken niet op de grond mogen komen, maar dat de wolken in de lucht moeten blijven.

7. Zon maken

Zorg voor witte cirkels, waarmee je op verschillende manieren met de peuters een zon kunt maken.
– Leg de cirkel in een oude sladroger. Druppel er wat geel, oranje en rode verf op. Laat de peuter draaien aan de sladroger (help de peuter er eventueel mee). Als je de cirkel uit de sladroger haalt, zie je dat de verf op een leuke manier is verdeeld over het papier.
– Leg de cirkel in een grote bak of schoenendoos. Zorg dat je grote knikkers hebt die je in de verf legt. Laat de peuter de knikkers in de bak leggen bij de cirkel. Nu kan de peuter met de bak bewegen en komt de verf vanzelf op het papier.

8. Regenboog

Gebruik zelf verzamelde doppen in de primaire kleuren of kleurdopjes. Print de regenboog in de download uit en laat de kinderen de juiste kleur in de juiste baan van de regenboog leggen.

Regenboog

Download

9. Zelf regen maken voor thema weer

Prik gaatjes in bekers of ander kosteloos materiaal dat je hebt verzameld. Biedt de voorwerpen met gaatjes aan met bakjes of teiltjes gevuld met water. Laat de peuters ervaren dat als ze water in de bekers gieten het gaat ‘regenen’ aan de onderkant en het weer in het teiltje loopt.

10. Weerkaart

Download de weerkaart. Knip de onderdelen uit en lamineer ze. Bevestig dan de pijl in het midden van de weerkaart door er een splitpen in te steken. Samen met de peuters kun je nu elke dag kijken welk weer het is en op welk weertype de pijl gezet moet worden.

Weerkaart

Download