Het thema ziek zijn en het ziekenhuis spreken tot de verbeelding bij kleuters. De lestips zijn bedoeld voor de onderbouw van de basisschool, de kleuters. 

Thema ziek en ziekenhuis

Thema ziek en ziekenhuis

Opening

Zorg voor een speelsetje met spullen van een dokter: een stethoscoop, verband, een thermometer, etc.
Doe je arm in een mitella, plak een pleister op je wang en doe verband om je been. Laat dit zien in de kring. Vertel dat je gevallen bent en dat je nu wilt weten wat er met je aan de hand is. Je hebt overal pijn. Laat een van de kinderen de dokter spelen en je onderzoeken. Je kunt ook het verband weg laten en er een verpleegkundige bij vragen. Die verbind je dan met het verband en plakt een pleister.

Taal

  • Leg allerlei voorwerpen in de kring die met het thema ziek zijn te maken hebben. Een stethoscoop van de arts, verband, een thermometer, een reflextester, etc. Laat de kinderen vertellen hoe de voorwerpen heten en waarvoor je ze gebruikt.
  • Gebruik dezelfde voorwerpen uit bovenstaand voorbeeld. Laat de kinderen een voorwerp pakken en er een zin bij benoemen.
  • Laat de kinderen een verhaaltje maken met de voorwerpen in de kring, schrijf dit verhaal op en lees het voor in de kring (bijvoorbeeld tijdens het fruit eten).
  • Zijn de kinderen zelf wel eens naar het ziekenhuis geweest? Hoe ging het daar en wat moesten ze doen?
  • Maak een woordweb met de kinderen in het thema ziekenhuis. Zoek er samen plaatjes bij op de computer/digibord en plak deze erbij.
  • Rijm op allerlei woorden die bij het ziekenhuis horen. Rijm bijvoorbeeld op ziek en dokter. Schrijf deze woorden op een vel en teken er de plaatjes bij.

Kind in ziekenhuis

Beginnende geletterdheid

Doel: Letterklanken herkennen

  • Laat de kinderen woorden die met beroepen te maken hebben bedenken. Laat ze allerlei woorden bedenken met een bepaalde beginletter. Bijvoorbeeld de d van dokter. Je kunt hier een woordspin met plaatjes van maken.
  • Laat de kinderen zoveel mogelijk spullen uit het ziekenhuis opnoemen. Schrijf deze op en omcirkel de eerste letter van de woorden. Je kunt ze ook clusteren onder een bepaalde letter.
  • Als je een letter van de week hebt, kun je de kinderen deze letter laten leggen van pleisters.
  • Verzamel allerlei spullen die met het thema ziekenhuis te maken hebben, zie ook het onderdeel taal. Misschien willen de ouders van je klas je wel wat lenen? Maak samen met de kinderen groepjes van deze spullen met de beginletters. Bijvoorbeeld de p: pleisters. En de z: ziek en ziekenhuis. Leg deze beginletter er groot bij.

Doel: Positie van een letter in een woord oefenen. (de leerkracht ontleedt het woord) K-l-a-s. Wat is de laatste letter? De middelste letter? Auditieve discriminatie

  • Verander de eerste, de middelste, of de laatste letter van spullen uit het ziekenhuis. Weten de kinderen welk woord je bedoelt? Maak bijvoorbeeld van het woord orts, in plaats van arts. Welk woord wordt bedoeld? En welke letter is veranderd?
  • Verzamel allerlei spullen die met het ziekenhuis te maken hebben in de kring. Hak de woorden van de attributen met de klas. Oefen daarbij de positie van de verschillende letters.

Doel: Klankzuivere woorden ontleden, m-k-m –woorden, m-m-k-m of m-k-m-m. Hakken met de hand op de tafel van links naar rechts

  • Hak en plak allerlei woorden die met het ziekenhuis te maken hebben. Je kunt hier een spelletje van maken. Hak en plak een bepaald woord. Kunnen de kinderen raden welk woord je hebt gehakt? Laat de leerling het woord hakkend en plakkend herhalen.

Rekenen

Doel: Voorwerpen ordenen op basis van kenmerken: groot-klein, hoog-laag, meer-minder, dun-dik, smal-breed

  • Gebruik de voorwerpen die over het ziekenhuis gaan uit het voorbeeld bij taal. Maak allerlei groepjes met de kinderen in de kring. Grote en kleine voorwerpen, hoge en lage, meer en minder, dunne en dikke voorwerpen en smalle en brede.
  • Welke eigenschappen en overeenkomsten kunnen de kinderen nog meer bedenken met de voorwerpen? Laat ze het in die groepjes leggen.

Doel: Vooruit- en terugtellen vanaf verschillende startpunten t/m 20

  • Leg de voorwerpen van de kring op een rij. Tel deze met de kinderen vanaf verschillende startpunten.
  • Leg allerlei plaatjes van het thema ziekenhuis op een rij. Tel deze vanaf verschillende startpunten. Je kunt hier de getallen bij leggen, voor het getalbegrip.
  • Leg een cijfer neer en laat de kinderen het juiste aantal pleisters erbij leggen.

Doel: Koppelen van hoeveelheid aan hoeveelheid (leeftijd aan vingers, rondjes aan knikkers etc) en de cijfers

  • Maak groepjes van verschillende aantallen van de spullen van het ziekenhuis. Laat de kinderen de juiste cijfers bij de aantallen leggen.
  • Geef de kinderen allemaal een aantal attributen van het ziekenhuis. Laat ze iemand zoeken die 1 meer of 1 juist 1 minder heeft. Je kunt ze ook een cijfer vertellen of geven dat ze moeten zoeken.

Hoeken

Huishoek

  • Hang doktersjassen en kleding voor een verpleegkundige in de huishoek. Zorg voor hoedjes met een kruis erop bijvoorbeeld.
  • Zorg voor pleisters, verband en kabeltjes etc. om een infuus te maken.
  • Kijk ook eens bij het voorbeeld van een hoek bij AU!

Bouwhoek

Laat de kinderen een ziekenhuis bouwen. Laat ze ook de bedden bouwen voor in het ziekenhuis.

Kleien

Zelfgemaakte klei thema ziek en ziekenhuis

Maak zelf gemaakte klei. Zorg voor witte en rode klei. Laat de kinderen allerlei voorwerpen maken die bij het thema horen. Laat ze een doktersjas, een ambulance en een embleem maken. De rode klei kan ook als nepbloed gebruikt worden om op je lijf te plakken.

Afsluiting

Laat de kinderen spelen dat ze in het ziekenhuis zijn. Wijs een dokter, een verpleegkundige en een patient aan. Laat de kinderen steeds iets anders verzinnen wat ze hebben. Laat de dokter onderzoeken wat er aan de hand is en de verpleegkundige de medicijnen toe dienen.