Elk jaar doen veel scholen, ouders en kinderen mee aan de kinderboekenweek. Dit jaar is het thema ‘Klaar voor de start’. Je vindt hier tips voor de onderbouw van de basisschool, kleuters, voor dit thema van de kinderboekenweek. 

Wedstrijden

  • Doe een voorleeswedstrijd in de klas. Wie kan het mooiste een boek ‘voorlezen’, oftewel het verhaal na vertellen?
  • Een verhalenwedstrijd kan ook. Welke leerling kan het mooiste een verhaal vertellen in de klas?
  • Wie bedenkt de leukste nieuwe sport? Doe die sport met de hele klas op het plein. Laat de klas een heuse beker maken voor de winnaar van die nieuwe sport.
  • Doe een wedstrijd voorlezen in de klas. Hoeveel boeken kun je voorlezen in de kinderboekenweek? Houdt dit bij in een mooie meter? En lees natuurlijk zoveel mogelijk voor.

Taal

  • Houdt een gesprek met de kinderen over de sporten. Zitten de kinderen op sport? Wat leren ze op die sport?  Wat doen ze allemaal?
  • Welke boeken kennen ze met sporten erin? Lees ook veel prentenboeken met sporten voor. Welke sporten komen voor in de boeken?
  • Maak samen met de klas een verhaal waarin de klas gaat sporten. Wat gebeurt er allemaal tijdens het sporten? Laat de leerlingen hier tekeningen bij maken.
  • Leg allerlei voorwerpen in de kring die met sporten te maken hebben. Neem bijvoorbeeld shuttles, golfballen, tennisballen, voetballen, etc. Laat de kinderen allemaal een voorwerp pakken waar ze een zin over mogen zeggen.
  • Herkennen de kinderen de voorwerpen? Laat ze vertellen waar ze de voorwerpen van kennen. Hebben ze de voorwerpen wel eens gezien? Waar worden de voorwerpen voor gebruikt?
  • Maak een woordweb met de kinderen in het thema sporten. Zoek er samen plaatjes bij op de computer/digibord en plak deze erbij. Je kunt ook een woordweb maken over boeken.

Fonemisch bewustzijn

Doel: Letterklanken herkennen

  • Laat de kinderen woorden die met sporten te maken hebben bedenken. Laat ze allerlei woorden bedenken met een bepaalde beginletter. Bijvoorbeeld de v van voetbal of de z van zwemmen. Je kunt hier een woordspin met plaatjes van maken.
  • Bedenk samen met de kinderen allerlei woorden met bijv. de s van sport of de b van boek. Laat ze hier plaatjes over opzoeken, bijvoorbeeld in tijdschriften.

Doel: Positie van een letter in een woord oefenen. (de leerkracht ontleedt het woord) K-l-a-s. Wat is de laatste letter? De middelste letter? Auditieve discriminatie

  • Verander de eerste, de middelste, of de laatste letter van woorden die met sporten te maken hebben. Weten de kinderen welk woord je bedoelt? Maak bijvoorbeeld van het woord bal, het woord bul. Welk woord wordt bedoeld? En welke letter is veranderd?
  • Verzamel allerlei spullen die met sporten te maken hebben in de kring. Hak de woorden van de attributen met de klas. Oefen daarbij de positie van de verschillende letters. Bijv. het woord bal. Benoem ook de goed dat de eerste letter de b  is, de middelste letter de a en de laatste letter de l.

Doel: rijmen

  • Rijmen is in de kinderboekenweek natuurlijk extra leuk! Rijm op allerlei woorden die met sporten te maken hebben.
  • Maak samen met de klas een rijmpje of een versje over boeken of over sporten.

Rekenen

  • Kennen de kinderen een stopwatch? Vertel dat die veel wordt gebruikt bij sporten. Wat kunnen de leerlingen allemaal in een minuut? En in twee minuten? Welke sporten kunnen ze zo lang volhouden? Neem de stopwatch mee naar buiten en sport telkens een minuut lang met de klas. Bijvoorbeeld een minuut touwtje springen, rennen, hinkelen, op een been staan, etc.
  • Touwtje trekken met verschillende lengtes touw. Kunnen de kinderen ook meten hoe lang die touwen zijn? Hoeveel kinderen zijn er nodig om het touw goed te trekken?

Doel: Voorwerpen ordenen op basis van kenmerken: groot-klein, hoog-laag, meer-minder, dun-dik, smal-breed

  • Gebruik de voorwerpen die over sporten gaan uit het voorbeeld bij taal. Maak allerlei groepjes met de kinderen in de kring. Grote en kleine voorwerpen, hoge en lage, meer en minder, dunne en dikke voorwerpen en smalle en brede.
    Zijn er ook verschillende groepjes van verschillende kleuren te maken?
    Dit is ook leuk om te doen met verschillende groottes boeken.
  • Welke eigenschappen en overeenkomsten kunnen de kinderen nog meer bedenken met de voorwerpen? Laat ze het in die groepjes leggen.

Doel: Koppelen van hoeveelheid aan hoeveelheid (leeftijd aan vingers, rondjes aan knikkers etc) en de cijfers 

  • Maak groepjes van verschillende aantallen van de sportmaterialen of boeken. Laat de kinderen de juiste cijfers bij de aantallen leggen.
  • Geef de kinderen allemaal een aantal plaatjes of voorwerpen die met sporten te maken hebben in de handen. Een bepaald aantal boeken in de hand kan ook. Laat ze iemand zoeken die 1 meer of 1 juist 1 minder heeft. Je kunt ze ook een cijfer vertellen of geven dat ze moeten zoeken.

Hoeken

  • Maak een thematafel met boeken over sport en sportmaterialen. Laat de leerlingen spullen van thuis meenemen die met sporten te maken hebben. Kinderen die al kunnen lezen kunnen er woordjes bij schrijven.
  • Maak een leeshoek waar je alleen boeken over sporten neerlegt.
  • Leg allerlei klein materiaal van sporten in de huishoek, bijvoorbeeld tennisballen, shuttles, golfballetjes, etc. Maak er een sportwinkel van en laat de leerlingen hun materiaal kopen.

 Creatief

  • Kijk met de klas naar het lied ‘Klaar voor de start’. Laat de leerlingen zelf dansjes bedenken bij het filmpje. Laat dit aan de klas zien of laat de hele klas de bewegingen na doen. Het is leuk om boeken in de dansjes te betrekken. Dans bijvoorbeeld om boeken heen of met boeken in je hand.
  • Maak zelf van karton een sportmateriaal. Wat vindt de leerling leuk om te doen? Laat hem of haar daar een voorwerp van kiezen om na te maken.
  • De leerlingen kunnen ook zelf een sport bedenken en daar een tekening van maken of zelf materiaal ervoor maken.

Kijk voor meer tips voor de onderbouw op de volgende sites

Tips voor alle leeftijden van Juf Maike

Juf Anke

Juf Janneke

Yurls Marije Andringa

Pinterest

Veel plezier met sporten en lezen!