Door Jildau. Dinsdag 7 april 2020 is het weer zover en gaan vele leerkrachten met hun leerlingen buiten aan de slag tijdens de buitenslesdag. Speciaal voor deze bijzondere dag kun je een parachute en de trainingshoedjes winnen en geef ik leuke tips vanaf groep 4. 

Het doel van de buitenlesdag, bekijk het hier, is om bewust lekker actief in de frisse lucht op een speelse manier te leren. Online vind je al vele leuke ideeën om buiten aan de slag te gaan. Op jufmaike.nl las je eerder al een blog over de Nationale Buitenlesdag en het inzetten van stoepkrijt tijdens de buitenlesdag.

Ik help je ook graag een beetje op weg en hoop je te inspirerende met een aantal mooie eenvoudige materialen met daarbij een tip voor een reken- en/of spellingles. Heb je bij onderstaande producten van Alles voor de klas zelf ook een leuke lessuggestie dan hoor ik het graag.

Buitenlesdag

Mocht je na het lezen van deze blog niet kunnen wachten om met de materialen en in het bijzonder met de Parachute en de Trainingshoedjes aan de slag te gaan tijdens de buitenlesdag dan heb ik goed nieuws voor je want die kun je deze week WINNEN!

Rekenen

Springtouw: Tafeltjes springen

Men neme een lang springtouw, twee sterke draaiers en een groep vol enthousiaste springers én de tafels van vermenigvuldiging. Afhankelijk van je groep en het rekenniveau van je leerlingen kun je om beurten laten inspringen, inspringen als je een iemand een foutje hoort maken of je springt en ‘zingt’ de tafels gezellig met z’n allen tegelijk. Het ritme van het springen dwingt een bepaald tempo af in het opdreunen van de tafels. Dit biedt de kinderen een stok achter de deur en een duidelijke structuur.

Bal: Sommen overgooien

Afhankelijk van het aantal ballen dat je tot je beschikking hebt kun je deze activiteit in tweetallen of in kleine kringen spelen. Het idee: de leerling met de bal noemt een som en gooit de bal, de vanger geeft het antwoord op de som en vangt gelijktijdig de bal. Bij de keersommen is het luidop opdreunen van de som een leuke en leerzame ‘straf’ bij foutjes.

Buitenlesdag vanaf groep 4, WIN

Trainingshoedjes: Rekenen en rennen.

Plak op ieder hoedje 1 of 2 stickers met een som en verspreid ze over het schoolplein of op een sportveld in de buurt. Laat de kinderen zoeken, rennen en rekenen in een rekenschriftje of op een wisbordje. Omdat de hoedjes verschillende kleuren hebben kun je hier ook een klassikale activiteit aan verbinden. Je roept als leerkracht een kleur en vervolgens zoeken de leerlingen een hoedje in die kleur, noteren de som, rekenen hem uit en rennen weer terug naar de leerkracht.

Klittenband darts: Scoren en tellen.

Hang het dartbord op en laat de kinderen in kleine groepjes om beurten punten scoren. De punten kunnen bijvoorbeeld op volgorde gezet worden van laag naar hoog, opgeteld of vermenigvuldigd worden. Je kunt ook net als bij echt darten van 501 naar 0 rekenen. Dan is het voor het tempo in de activiteit waarschijnlijk wel zo fijn om niet tegen elkaar maar mét elkaar te strijden.

Parachute: Doortellen.

Laat de kinderen een grote kring maken en de parachute vastpakken. Om het effect van de parachute even samen te testen kun je de parachute een aantal keer in een rustig tempo op en neer bewegen, leerlingen van plek laten wisselen of samen iets met de parachute lanceren. Het doortellen kan op vele verschillende niveaus, spreek een volgorde, startgetal en stap af. Bijvoorbeeld: we beginnen bij Pietje, Pietje jouw getal is 800 en we gaan met stappen van 40. Elke keer als de parachute een keer omhoog en omlaag geweest is wordt de beurt door gegeven. Omhoog omlaag 840 omhoog omlaag 880, etc. De parachute is in iedere klas snel een hit, laat staan op het plein tijdens de buitenlesdag

Stoepkrijt: Sommen estafette.

Afhankelijk van het aantal leerlingen in je groep maak je 2-4 groepen. Laat ze in rijen achter elkaar staan en geef de voorste leerlingen een stoepkrijt. Op het startsignaal rennen de voorste leerlingen naar de overkant van het schoolplein. Ze kiezen een som van een A4 vol sommen, noteren deze op de tegels en rekenen hem uit. Dan rennen ze terug met het stoepkrijtje en geven hem aan de volgende. Je kunt de kinderen vooraf vertellen dat er voor alle niveaus sommen op het blad staan, je zou hier nog een structuur in kunnen aanbrengen zodat bijvoorbeeld sterkere rekenaars weten waar de uitdagende sommen staan. Het team dat als eerste alle sommen van het blad gemaakt heeft of bijvoorbeeld 5 sommen per persoon correct gemaakt heeft gemaakt, heeft gewonnen.

Foam dobbelstenen: Sommen gooien.

Geef een groepje kinderen een aantal foam dobbelstenen en laat ze zelf sommetjes maken of het aantal ogen op de dobbelstenen vergelijken. Zo kunnen er sommetjes als 2+3=5, 4×6=24 of bijvoorbeeld 6-2=4 gemaakt worden. Voor hogere groepen kun je ze laten doorrekenen 4×6=24 en 5×3=15 samen is dit 39 etc.

Spelling

Springtouw: Inspring spellen.

Dit spel werkt het best met een groot springtouw en maximaal 10 kinderen. Als leerkracht kun je een van de draaiers zijn. De leerkracht is de spelleider en brengt een spellingwoord in het spel en begint te draaien. Kinderen die denken te weten hoe je het woord spelt springen het touw in en spellen het woord al spellend op het ritme van het draaiende touw. Als alle kinderen die ingesprongen zijn het woord goed gespeld hebben blijven de draaiers hetzelfde en volgt een tweede woord. Mocht iemand een foutje maken dan is deze leerling voor deze ronde af en wordt draaier.

Bal: Iemand spelt hem, niemand spelt hem

Als leerkracht pak je de bal en verzamel je al je leerlingen om je heen. Gooi de bal hoog de lucht in en roep een spellingwoord. Leerlingen die inschatten dat ze of de bal niet gaan bemachtigen of het woord niet foutloos kunnen spellen rennen weg. De leerling die de bal gevangen of gepakt heeft spelt het woord en mag voor elke letter een grote sprong maken. Ondertussen staan alle andere kinderen op het plein verspreid met hun benen wijd open als een poortje. Het doel is dat de leerling met de bal deze door het poortje van een klasgenoot kan rollen. Lukt dit dan verdient deze een punt en volgt het volgende woord.

Klittenband darts: Woorden scoren

Laat alle kinderen een wisbordje of schrift mee naar buiten nemen. Geef de kinderen woorden van categorieën of afspraken waar op dat moment in de klas mee geoefend wordt. Laat ze het woord opschrijven en kijk het woord na. Iedereen met een foutloos woord mag een poging doen om een zo hoog mogelijke scoren te darten. De gegooide punten komen achter het woord te staan. Om de kinderen lekker in beweging te houden kun je het dartbord iets verder weg hangen dan kun je als leerkracht in de tussentijd rustig nakijken en eventuele foutjes bespreken en zijn de kinderen even lekker in beweging.

Trainingshoedjes: Afspraken bingo.

Geef ieder kind een blad met daarop een bingokaart met in elk vakje een actuele spellingafspraak/categorie. Verspreid de trainingshoedjes met daarop meerdere woorden behorende bij de verschillende afspraken over het plein. Schrijf er niet bij welk woord waarbij hoort. Laat de leerlingen rondlopen en in elk bingovakje minstens 1 woord van een hoedje in het correcte vakje noteren. Zo zijn de trainingshoedjes niet alleen ideaal tijdens de gymles maar ook bij het actief leren op de buitenlesdag.

Buitenlesdag vanaf groep 4, WIN

Parachute: Doorgeven en vieren.

Het idee is dat je samen in een kring gaat staan, allemaal de parachute vasthoudt (aan een handvat of gewoon aan het doek) en samen woorden gaat spellen. Als leerkracht doe je ook mee en begin je het spel. Je noemt een woord en geeft de eerste letter, daarna verschuift de woord met de klok mee en zo spel je met de kinderen samen een woord. Is het woord compleet en correct dan wapper je de parachute 3x omhoog en omlaag. Het spel gaat met de klok mee door. Om iedereen scherp te houden mag er per woord ook 1x gepast worden. Zo ben je misschien toch aan de beurt of moet je je antwoord corrigeren en moet je een letter eerder al van je laten horen.

Stoepkrijt: Buitendictee.

Zorg voor genoeg stoepkrijtjes en een groot schoolplein. Laat de kinderen lekker rennen, roep een woord en laat ze het noteren waar ze op dat moment staan. Ze blijven bij hun woord staan totdat je feedback hebt kunnen geven en mogen dan weer gaan rennen tot het volgende woord volgt.

WIN

Je kunt dus de parachute en de trainingshoedjes winnen. Laat hieronder een reactie achter als je mee wilt doen. Woensdag 18 maart mail ik de winnaar.

Ben je enthousiast geworden en wil je jouw school aanmelden voor de Nationale Buitenlesdag 2020? Dat kan hier.

 

Buitenlesdag tips voor klassen vanaf groep 4