(Door Deveney) De Academische Pabo, wat is dat dan? Deze vraag heb ik erg veel gehoord in de tijd dat ik studeer. In onder andere Rotterdam, Leiden en Utrecht zijn er tegenwoordig Academische Pabo’s. Zelf volg ik al bijna 4 jaar de Academische Pabo in Rotterdam. Informatie en mijn ervaringen 

Omdat iedere Academische Pabo verschilt, kunnen sommige aspecten verschillen in andere steden. In Leiden ziet de jaarplanning er bijvoorbeeld anders uit dan in Rotterdam. Vandaag bespreek ik de meest gestelde vragen over de Academische Pabo in Rotterdam. Dit doe ik ter informatie voor leerkrachten, maar ook voor aankomende studenten.

Waarom heb ik voor de Academische Pabo gekozen?

Op mijn zeventiende heb ik de keuze voor deze opleiding gemaakt. Ik zat in het zesde jaar van het VWO en ik wist eigenlijk nooit wat ik na de middelbare school wilde gaan doen. Studeren, dat zat er wel in, maar welke richting ik op zou gaan, wist ik nog niet. Pas in het laatste jaar van de middelbare school wist ik dat ik later wel met kinderen zou willen werken. Om deze reden ging ik naar de open dag van de Pabo bij Hogeschool Rotterdam. Tijdens deze open dag werd ik erg enthousiast en was er ook een voorlichting voor de Academische Pabo.

In eerste instantie wilde ik de reguliere Pabo gaan volgen. Uiteindelijk heb ik na overleg met mijn ouders toch voor de Academische Pabo gekozen, omdat ik op het VWO al aardig makkelijk leerde. Hierdoor was ik bang dat ik in de reguliere Pabo te weinig uitdaging zou vinden. Ook was ik nog steeds aan het twijfelen en dacht ik dat de Academische Pabo mij meer mogelijkheden zou kunnen bieden in de toekomst.

Lees ook: WAAROM IK TOCH VOOR DE ONDERBOUW KOOS

Wat zijn de verschillen met de reguliere Pabo?

Op de reguliere Pabo bij Hogeschool Rotterdam volg je blokken van 8 weken. Deze blokken volg ik in minder tijd, namelijk in 5 weken. Ook volg ik geen keuzevakken. De tijd die hierbij dus eigenlijk overblijft, is voor het volgen van blokken van Pedagogische Wetenschappen op de universiteit. Deze blokken duren telkens 5 weken, waarin je onderwijsgroepen bijwoont, colleges hebt en een practicum hebt. Het verschil met de normale Pabo is dus dat je iets sneller werkt en de blokken op de universiteit volgt.

Net zoals bij de reguliere Pabo loop je 2 dagen in de week stage. Het enige verschil is dat je in de eerste 3 jaar geen stage loopt tijdens de periodes op de universiteit. In het vierde jaar blijf je wel het gehele jaar stage lopen en moet je dit combineren.

Op de hogeschool heb je je eigen klas waarin alleen studenten van de Academische Pabo zitten. Op de universiteit wordt je gemixt met studenten van Pedagogische Wetenschappen. Dit is erg leuk, omdat je hierdoor veel kennis kunt uitwisselen.

Welke diploma’s heb je uiteindelijk?

Aan het einde van de Academische Pabo heb je in principe een bachelor diploma voor de Pabo met hierop aan aantekening van de extra vakken die je hebt gevolgd op de universiteit. Na je master heb je ook nog een (universitair) masterdiploma voor Onderwijskunde, Orthopedagogiek of Gezinspedagogiek. Je kiest na het derde jaar zelf de richting die je op wilt.  Je bent dus uiteindelijk bevoegd om voor de klas te staan, maar je hebt ook wetenschappelijke kennis en vaardigheden opgedaan op het gebied van opvoeding en onderwijs.

Wat ik wil ik na mijn opleiding doen?

Zelf wil ik met mijn diploma’s graag voor de klas staan. Ik heb door mijn stages mijn passie gevonden en het liefst zou ik later mijn eigen kleuterklas hebben. Ook lijkt mij in de toekomst een functie als IB’er erg interessant.

Als ik naar mijn medestudenten kijk, wilt een deel juist wel voor de klas staan en het andere deel juist niet. De meningen zijn hierover erg verschillend. Studenten die toch niet voor de klas willen staan, willen meer iets met hun master gaan doen. Zij willen bijvoorbeeld de onderwijskundige kant op, waarin zij methoden willen ontwikkelen of bij de onderwijsinspectie willen werken.

Hoe ervaar ik mijn opleiding?

Natuurlijk, aan elke opleiding zijn plus- en minpunten verbonden. De Academische Pabo is een redelijk nieuwe opleiding en dit is enigszins te merken. In de eerste twee jaar van mijn opleiding had ik het idee dat veel stagementoren nog niet zo goed wisten wat deze studie inhield en wat zij van deze studenten konden verwachten. Nu heb ik het idee dat de opleiding steeds bekender wordt.

Zelf vond ik de eerste drie jaar goed te doorlopen. Door mijn VWO-achtergrond vond ik in de Pabo-vakken soms te weinig uitdaging, maar dit kan per persoon verschillen. Ik weet wel dat de opleiding hieraan werkt, zodat er meer uitdaging wordt geboden aan de academische studenten. Het vierde jaar is in vergelijking met de eerste drie jaar een heel stuk zwaarder. Dit laatste jaar staat in het teken van een literatuuronderzoek, een praktijkonderzoek, drie blokken op de universiteit, de LIO-stage en het afstuderen.

Ik vind het heel erg fijn dat wanneer je blokken hebt op de hogeschool, je niet ook nog bezig bent met de blokken op de universiteit. Deze zijn heel goed gescheiden. Je kan het dus eigenlijk een beetje zien als twee losse opleidingen die je volgt. Het nadeel hiervan is dat er soms niet echt een goede afstemming is tussen de twee scholen. Ik weet dat deze indeling een verschil is met bijvoorbeeld de Academische Pabo in Leiden. Hier ga je in één week naar de hogeschool, naar de universiteit en loop je stage. Je bent hier dus met meer dingen tegelijk bezig.

Tijdens elke opleiding heb je goede momenten en mindere momenten. Dit is heel normaal. Soms gaan dingen heel gemakkelijk, soms gaat het gewoon even niet zoals je verwacht of zoals je zou willen. Ik had zelf in de eerste twee jaar best wel moeite met de stages. Ik was vroeger vrij verlegen en ik vond het moeilijk om me open te stellen. Ik had in deze jaren vrijwel geen moeite met de stof en de toetsen, waardoor ik motivatie had om toch door te zetten. Vanaf het derde jaar had ik echt mijn plekje gevonden. Ik had een leuke stageschool, een fijne mentor die mij heel erg vrij liet en waar ik erg goed mee kon praten, een fijne stagebegeleider en ik had een hele leuke drukke kleuterklas. Ook ging ik werken als invalleerkracht om nog meer ervaring op te doen. Ik kreeg in dit jaar veel zelfvertrouwen en begon het leuker en leuker te vinden. Mijn stage werd toen zelfs beoordeeld met een zeer goed! Wow, dit had ik in het eerste jaar nooit verwacht. Van een verlegen meisje op de basisschool naar (bijna) een echte juf voor de klas, het kan gek lopen. Nu is stage lopen nog steeds hetgene wat ik het allerleukste van de opleiding vind, waardoor ik zeker weet dat ik later voor de klas wil gaan staan. De stof is in het vierde jaar een stuk lastiger en meer, waardoor ik op dit moment  juist daar meer aan moet trekken.

Tips voor aankomende studenten

Ik zit inmiddels in mijn laatste Pabo-jaar en kan zeker zeggen dat ik de juiste keuze heb gemaakt. Zoals ik al eerder heb verteld, verschilt de opleiding per stad. Ook zal de ervaring bij iedereen verschillen. Dit is natuurlijk heel logisch en je komt er vanzelf achter of de opleiding iets voor je is of niet.

Voor de twijfelaars onder ons (zoals ik zelf heel erg was) een paar tips bij het kiezen van je studie. De meeste opleidingen organiseren meeloopdagen. Schrijf je hier zeker voor in! Dit geeft niet alleen een kijkje op school, maar ook een kijkje in de lessen die je gaat krijgen. Het is ook leuk om een keertje echt in de klas te kijken. Heb je een kennis, familielid of ken je iemand via-via die voor de klas staat? Vraag of je één of meerdere dagen mee mag lopen om te kijken of je het leuk vindt. Tenslotte zijn er natuurlijk veel open dagen en is er informatie op internet te vinden.

Wat vind jij van de opleidingen voor toekomstige leerkrachten?

Uitgelichte foto: Shutterstock