We zitten aan een voor mij net te klein tafeltje in de klas. Mik tuurt ingespannen over zijn ronde brilletje. Hij probeert tevergeefs de getalsymbolen te ontcijferen die ik hem in flitsvorm voorhoud. 

De zweetdruppels staan op zijn voorhoofd en zijn gezucht is niet van de lucht. ‘Eeeh, elf juf? Denk ik?’ Terwijl ik met hem mee zucht, veeg ik in een haal alle cijferkaarten van tafel. ‘We stoppen ermee. Pak de dobbelstenen maar, we gaan een spel doen.’ Want spelletjes, daar is Mik supergoed in. Hij kan goed op zijn beurt wachten en moedigt andere kinderen aan tijdens het spel. Al is verliezen nog wel eens lastig.

Mik juicht en staat opgelucht op. Tien paar ogen kijken me aan. Zei de juf dat we een spel gaan doen? ‘Ja, met Mik’ zeg ik snel. ‘Mik, je mag twee maatjes kiezen’. Ik pak er een bordspel bij.

Even is er getrouwtrek wie er naast me mag zitten. Heerlijk die kleuters. ‘Ja maar dat is mijn stoel.’ ‘Ja, maar ik zat hier al’. Melle haalt zijn schouders op, Mik en Ayoub komen als winnaars uit de strijd. ‘Wow juf, piraten! roept Ayoub. ‘Gaaf!’ zegt Melle. ‘Wie mag beginnen?’ vraag ik. Mik pakt de dobbelsteen. Hij kan niet wachten. De dobbelsteen rolt en ik zie Mik knikkend met zijn hoofd de ogen tellen. ‘Zes! Het hoogste!’ roept hij uitgelaten. ‘Waar moet je dan naar toe?’ vraag ik. Voordat Ayoub ‘naar zes’ kan roepen, leg ik een vinger op mijn lippen. Mik mag zelf nadenken. Weer knikt hij het aantal ogen van de dobbelsteen. ‘Ik gooide zes, dus dan mag ik, eeeem, naar zes!’ Mik laat zijn pion over het bord vliegen en land netjes op het cijfer. ‘Bij zes mag je nog een keer’ zeg ik. En dan ga je vast over het tiental heen, denk ik. Mik schudt de dobbelsteen in zijn vuist. ‘Voor extra geluk juf, zegt mijn vader.’ Ik lach terwijl Mik gooit. ‘Weer zes!’ roept Melle, terwijl hij zijn hand tegen zijn hoofd slaat. ‘Zo kom ik nooit aan de beurt.’ ‘Welles!’ zegt Ayoub. ‘Hierna mag Mik niet meer.’ Ik hoef al niets meer te zeggen, het spel regelt zich vanzelf.

Mik denkt lang na. ‘Nu mag ik verder dan zes’, zegt hij. Ik knik. ‘Waar mag je heen Mik?’ Mik zet de pion zes stappen verder. Hij kijkt een tijdje naar het cijfer op het vakje. Zijn hoofd gaat weer knikkend heen en weer. 12 keer. Van het eerste vakje naar het vakje met de pion.

‘Ik sta op 12!’ roept hij blij. Ik knik enthousiast. Yes denk ik, het kwartje begint te vallen. Ayoub en Melle zijn nog niet verder gekomen dan 3 en 5 als mijn knieën het tafelblad raken. De pionnen vallen van tafel. ‘Geeft niks juf, doen we het gewoon opnieuw’, zegt Ayoub. Ik kijk op mijn horloge, het is tijd om naar buiten te gaan. ‘Ja, voetballen!’ roept Melle. Het spel is alweer vergeten. En Mik? Die komt er wel met de cijfers.