Door Jildau. Tegen alle verwachtingen in ontdekte ik tijdens de opleiding dat gymles geven eigenlijk best leuk is. Met mijn gymles succesles is het een peuleschil om er een leuke les van te maken. 

In 2016 moest ik er toch echt aan gaan geloven. Na 4 jaar wisselen van klas en vele bedankjes voor flexibele collega’s die mijn gymles wilden geven ging het nu toch echt gebeuren: het halen van mijn gymbevoegdheid. 

Gymles succesles

Ik hoor het mijn docenten op de pabo nog zeggen: ‘ieder z’n talent, de gymopleiding is niet voor iedereen geschikt en verplicht,’. In de praktijk werkte dit toch net even anders en begon ik in september 2016 met frisse tegenzin aan de tweejarige opleiding. Ik ben niet sportief en met 3 dagen voor de klas staan en een hele lieve baby thuis vroeg ik me ernstig af hoe ik het allemaal ging klaarspelen.

Gymles best leuk?

Gelukkig stond er vanaf de eerste bijeenkomst een geweldig leerteam aan mijn zijde. Drie toppers met even weinig motivatie maar met een teamspirit en gezelligheid waar je u tegen zegt. Samen hebben ons door de opleiding geknokt, veel gelachen, veel ervaring in de gymzaal opgedaan én veel gegeten. Dat samen eten doen we gelukkig nog altijd maar nu wel met de gymbevoegdheid in de pocket.

Tegen alle verwachtingen in ontdekte ik tijdens de opleiding dat gymles geven eigenlijk best leuk is. Je ziet de kinderen eens op een hele andere manier. En net als bij vakken als rekenen en spelling zie je dat de kinderen zich tijdens de gymles ook echt ontwikkelen en is het super interessant en motiverend om ze te ondersteunen bij het behalen van hun volgende doelen.

Wellicht vind je het al heel leuk om de gymles te geven, dan zeg ik: ga zo door! Zo niet dan help ik je graag op weg met mijn succeslessen. Omdat sommige activiteiten zelf bedacht zijn of een combinatie zijn van verschillende spellen zijn de titels niet allemaal even profi, ik houd me aanbevolen voor nieuwe versies.

Tips voor gymles succesles

3 vakken trefbal

Maak drie vakken, idealiter van elkaar gescheiden door lage banken. Leg in elk vak een zachte bal en bij het laatste vak een stapel lintjes. Verdeel de kinderen binnen vak 1 en zorg dat er in het midden van het vak een lijn is als afscheiding. Het spel begint als de bal door de leerkracht het veld in gegooid wordt. De kinderen spelen ieder voor zich maar zijn ondertussen wel een team met de mensen die aan dezelfde kant staan.

Het doel is om iemand af te gooien of een bal te vangen (zonder dat deze eerst de grond geraakt heeft). Wie dit gelukt is mag een veld opschuiven. Wie als eerste in vak 2 aankomt pakt de bal en wacht op spelers aan de overkant. Zodra deze over de bank springen begint in vak 2 hetzelfde spel. Wie ook hier iemand afgooit of een bal vangt gaat door naar vak 3, wie vak 3 behaald heeft doet een lintje om en rent terug naar vak 1. Spelers met een lintje om hebben een handicap en mogen de bal alleen gooien met de hand waar ze niet mee schrijven. De speler met lintje die als eerste in vak 3 gewonnen heeft is de winnaar.

3 vakken trefbal is een snel balspel en je hebt er weinig materialen voor nodig. Ook is het met name voor de sterkere spelers leuk dat zij voldoende uitdaging hebben. Omdat het spel zich uitspreid over de hele zaal, is er ruimte genoeg voor iedereen en doet iedereen actief mee. Mocht het spel wat indutten dan kan er in bepaalde vakken een tweede bal gegooid worden.

Rennen en Scoren

Je hebt voor dit spel een korfbalpaal met korf en een bal nodig, deze zet je rechts of links van het midden neer. Aan de andere kant maak je van kasten en trapezoïden een onderstel waar de dikke mat veilig op kan liggen. Deze opstelling moet in de buurt staan van een basketbalkorf. Is deze niet aanwezig, dan kan deze vervangen worden door een korfbalpaal op de allerhoogste stand. In de hoek van de zaal zet je een bak met kleine voorwerpen, balletjes, blokjes, lintjes, ringen, etc.

Je verdeelt de groep in twee teams. Het eerste team gaat in een grote kring om de korfbalpaal staan. Het tweede team gaat in een lange slinger bij de bak met kleine materialen staan.

Het spel begint na het fluit signaal. Team 1 gaat om beurten proberen te scoren in de korfbalpaal. Zodra dit lukt rent de hele groep met de bal naar de dikke mat en klimt daar op. Zodra iedereen er op zit gaan ze om beurten proberen om met de bal te scoren in de basketbalkorf. Als de bal op de grond valt moet iemand deze gaan halen, opnieuw gooien mag pas als iedereen weer op de mat zit.

Ondertussen is team 2 rondjes aan het rennen door de gymzaal. Elke ronde nemen ze een voorwerp uit de bak mee om zo aan het eind tot een score te komen. Zodra team 1 vanaf de dikke mat in de basketbalkorf gescoord heeft, stopt het spel. De score van het rennende team wordt genoteerd en dan volgt de tweede ronde waarbij de teams wisselen van activiteit.

Dit spel is super spannend! Er moet goed samengewerkt worden bij het gooien en bij het rennen kunnen ze lekker wat energie kwijt.

Pionnen mikken

Dit spel werkt het best als onderdeel van een drie vakken gymles. Zet aan beide kant van het spelvak banken neer, afhankelijk van de grote van het vak aan elke kant 2 of 3 stuks. Op de bank zet je een aantal pionnen op de kop neer. Maak 2 teams van 3-5 spelers en gooi een aantal zachte ballen het veld in.

Het doel is om de pionnen van de tegenpartij om te gooien en je eigen pionnen te verdedigen. Er moet dus volop samengewerkt worden. Je mag de pionnen met je hele lijf beschermen, je bent nooit af. Bij een vangbal mag je een omgevallen pion van je eigen team rechtop zetten. Mocht het vak niet aan muren grenzen dan is het aan te raden om per team een wissel als ‘ballen haler’ in te zetten. Op die manier blijft de snelheid in het spel. Deze wissel zou bijvoorbeeld na elke vijfde opgehaalde bal kunnen wisselen. Het team dat als eerste alle pionnen van zijn tegenstander heeft om gegooid is de winnaar.

Touwtje spring bingo

Als bij een drie vakken gymles na 10 minuten gewisseld wordt en touwtje springen één van de onderdelen is dan is dit best lang en stoppen de kinderen na een tijdje. Met een bingo kaart met verschillende touwtje spring opdrachten gebeurd dit niet en zijn ze allemaal gemotiveerd iets nieuws te proberen, door te zetten als een onderdeel moeilijk is en de kaart vol te maken.

Zorg voor voldoende touwen in verschillende maten, potloden om de vakjes aan te kruizen en voor ieder kind een bingokaart met opdrachten. Een aantal suggesties voor de bingokaart:

Spring 10/20/30 keer. Spring 3x met iemand samen in 1 touw. Draai het touw achterste voren en spring 2 keer. Spring bij iemand in het touw. Kruis je handen over elkaar en spring door de gemaakte lus. Spring lopend naar de overkant van het vak.  Laat 2 kinderen draaien met een groot touw en spring hier met de andere kinderen om beurten in.

Dikke mat springen

Dit is een korte activiteit die je kunt toevoegen aan een vak waar verschillende onderdelen van de leerlijn springen geoefend worden. Zet een dikke mat tegen de muur en blijf hier naast staan. Geef ieder kind 3 Post-it’s en laat ze hier hun eigen naam op zetten. Om beurten mogen de kinderen met een aanloop een sprong maken en de Post-it zo hoog mogelijk op de mat plakken. Omdat dit nog wel eens met een duw gaat en de dikke mat los staat is het aan te raden om hier zelf bij te blijven staan of 2 kinderen erbij te zetten met duidelijke instructies. Na de laatste ronde wordt gekeken of ze zichzelf verbeterd hebben, wie een goede tactiek of techniek heeft en wie zijn Post-it het hoogst heeft weten te plakken.

Rennen, aangooien en afgooien

Dit klassikale spel wordt in 3 teams gespeeld. Het eerste team zijn de renners. Zij verzamelen in de hoek van de zaal bij een bak met kleine materialen zoals ballen, pittenzakjes, etc. Het tweede team verzameld op de dikke mat die op een verzameling kasten en trapezoïden gelegd is. Het derde team staat los in de zaal.

Op de looproute van de renners staan verschillende kasten en matten om achter te schuilen.

Het doel voor de renners is zo veel mogelijk rondjes rennen en dus kleine materialen verhuizen zonder afgegooid te worden. Het doel voor het team op de dikke mat is het afgooien van de renners. Het derde team heeft als doel het verzamelen en aangooien van de ballen zodat team 2 zijn doel kan uitvoeren.

Het spel begint met een startsein. Renners die af zijn moeten terug lopen naar het start punt. Voor de veilig moet het team op de mat op hun billen of knieën blijven zitten. Het spel gaat op tijd. Na bijvoorbeeld 3 minuten wordt gekeken hoeveel materialen in de bak zijn verzameld. Er worden 3 rondes gespeeld zodat elke leerling elk onderdeel een keer uitgevoerd heeft. Aan het eind worden de materialen geteld en wordt de winnaar uitgeroepen.

Balspelen op kleur

Voor dit spel heb je de materialen voor 4-6 verschillende balspelen nodig. Bijvoorbeeld: voetbal, hockey, basketbal, handbal, trefbal, bounce bal etc. Gebruiken matten als doeltjes en zet een basket- of korfbalkorf aan elke kant klaar. Leg de benodigde materialen buiten het spel in groepjes klaar. Verdeel de leerlingen in groepjes van ongeveer 4-6 spelers, afhankelijk van de grote van de groep en de gymzaal. Geef ze gekleurde hesjes of lintjes en zet ze in groepjes tegen de wand.  Zorg voor een bak met blokjes om de score bij te houden.

Als leerkracht kies je in snel tempo verschillende spellen en kleuren. Begin het spel bijvoorbeeld door te roepen: rood tegen blauw voetbal! Gooi de voetbal het veld in, laat de spelers het veld in rennen en meteen beginnen. Geef met je armen bij het roepen aan welke kleur aan welke kant speelt. Zodra er gescoord is komt het winnende team een blokje halen en leggen ze de gebruikte materialen weer terug op hun plek. Roep meteen het volgende commando: groen tegen geel hockey! Er is constant actie en de kinderen weten nooit wie wanneer aan de beurt is en welk spel er gespeeld wordt.

Voor een vakantie of op een feestdag mogen de kinderen wel eens zelf suggesties geven voor de invulling van de gymles, dit spel is hierbij top favoriet!

Verhuizen

Dit spel heb ik voor het eerste gespeeld als introductie op het nieuwe Wereldoriëntatie thema: Nederland waterland. Maar omdat het zo geliefd was is het daarna nog regelmatig langs gekomen.

Voor dit spel heb je voor 2 teams dezelfde materialen nodig die zij van de ene kant van de zaal naar de andere kant gaan verhuizen zonder de vloer aan te raken. Geef bijvoorbeeld iedere groep een bank, een kast, hoepels, matten, lintjes, ballen, touwen, etc. Zorg dat de spullen op de zelfde hoogte liggen en leg ze uit wat wel en niet mag. Bijvoorbeeld in een hoepel staan telt als een eilandje dus dan ben je veilig.

De hele groep moet samen alle materialen en zichzelf naar de overkant brengen. Zodra iedereen onderweg is en de voorste persoon niet meer verder kan zullen de materialen door gegeven moeten worden naar voren. Wie valt is af en moet weer vooraan beginnen en dus opgehaald worden door de rest van de spullen en teamleden. Het team wat als eerst alle materialen en mensen aan de overkant heeft gekregen wint.

Bouw estafette

Zorg voor een grote stapel blokken en 2 teams. Zet beide teams in estafette opstelling aan één kant van de zaal en geef ieder team een vierde deel van de blokken. Maak aan de overkant voor beide teams een (identiek) bouwwerk van blokken. Net als bij een gewone estafette rennen de leerlingen om beurten. Ze rennen met een blok in de hand naar het bouwwerk, bekijken deze goed en rennen terug om het blokje zo neer te zetten zoals het voorbeeld. Ze tikken de volgende aan en dan mag deze gaan rennen met een blok in de hand. De volgende renners voegen hun blok toe aan het bouwwerk. Ze mogen ook eventuele aanpassingen doen. Pas als zij stoppen met werken aan het bouwwerk mogen zij de volgende renner aantikken.

Zodra er genoeg blokken liggen, maar het bouwwerk nog niet helemaal klopt rennen de kinderen zonder blok, kijken naar het voorbeeld en rennen terug om aanpassingen te doen. De wachtende renners mogen tips geven maar niet lichamelijk meehelpen. Het eerste team dat het bouwwerk correct heeft nagebouwd wint. Voor een tweede ronde is het leuk om de teams bouwwerken voor elkaar te laten maken, dan worden ze vaak lekker moeilijk en creatief. Spreek van te voren duidelijk af hoeveel blokken gebruik mogen worden en zorg dat je dan ook nog genoeg hebt om het bouwwerk na te bouwen. Mocht je veel blokken tot je beschikking hebben dan kan de estafette natuurlijk ook in 3 of 4 teams gespeeld worden, dan zijn ze nóg actiever.

Dansles

Bewegen op muziek is ook een leerlijn van bewegingsonderwijs. Tijdens de opleiding leek me deze leerlijn voor de bovenbouw een onmogelijke opdracht. Maar gelukkig kwamen er al meteen mooie suggesties waaronder deze eenvoudig uit te voeren les.

Maak een dansje van 4x 8 tellen. Probeer eenvoudige bewegingen uit en kijk of ze makkelijk passen in de structuur van 8 tellen. Met een paar herhalingen en klappen en stampen heb je die 32 tellen zo vol. Oefen dit zelf goed en leer het daarna aan de leerlingen. Zodra ze het onder de knie hebben voeg je muziek toe. Er zijn veel liedjes geschreven in een 4 kwartsmaat dus als je thuis even oefent met een paar hippe liedjes hoor je snel genoeg welke goed bij je voorbeeld dans past.

Als de kinderen de bewegingen goed mee kunnen doen en dit ook op muziek lukt zijn zij aan de beurt. Zij mogen nu zelf één of meerdere blokjes van 8 tellen vullen. Laat ze hier even mee stoeien en oefenen. Loop rond en geef suggesties. Oefen na een paar minuten nogmaals de eerste 32 tellen die samen gedanst worden, laat ze er daarna hun eigen 8-32 tellen aan vast plakken. Heb je veel tijd dan kun je na die 32 tellen de eerste bewegingen er weer achter plakken. Op deze manier heb je snel een liedje vol en kan iedereen het stap voor stap goed bijhouden.

Meer inspiratie

De website van De spelles staat vol met leuke tips. Het boek Basisdocument bewegingsonderwijs voor het basisonderwijs helpt je ook goed op weg, bekijk het hier

 

Bewegend leren; Gymles succesles; Speltips voor gymnastiekles

Uitgelichte Afbeelding van Sergey Novikov/Shutterstock