Ik ben dol op de boeken van Charlotte Dematons, ze zijn zo prachtig gedetailleerd! Zo schreef ik al eens over de tentoonstelling in kasteel Groeneveld, het boek Nederland en het boek Sinterklaas. Nu werken we in het thema Op reis en daar hoort het boek De gele ballon natuurlijk bij.

De gele ballon

De gele ballon is geïllustreerd door Charlotte Dematons en uitgegeven bij Lemniscaat.

De gele ballon

De gele ballon staat uiteraard centraal in dit prentenboek zonder tekst. Er zit zeker een verhaal in, de gele ballon gaat overal naar toe en maakt van alles mee. Ook is er overal een blauw autootje, een fakir en een boef te zien. De avonturen van deze figuren zijn al volledige verhalen. De gele ballon gaat op bezoek in de woestijn, het oerwoud, de zee en de stad.

Wat vind ik?

Ik vind het fantastisch knap dat Charlotte Dematons zo gedetailleerd kan illustreren en daarmee een grote groep kinderen aan spreekt. En niet alleen kinderen zijn dol op haar platen, volwassenen ook. Ik zie in menig RT of IB kantoortje de illustraties terug komen. Er is zoveel te zien en te vertellen, we zouden weken over het boek kunnen werken.

(Les)tips

Taal

1. Verhalen

Er zijn veel verhalen uit het boek te halen. Laat de kinderen zelf een verhaal bedenken bij de Fakir, het blauwe autootje, de boef en de gele ballon. Waar komen ze vandaan, wat gaan ze doen en waar gaan ze naar toe?

2. Reizen

Laat de kinderen vertellen welke platen ze herkennen en waarvan. Zijn ze er bijvoorbeeld op vakantie geweest?

3. Land beschrijven

Hoe zou het favoriete land van de kinderen eruit zien? Laat ze het beschrijven. Op welke van de platen lijkt hun fantastische land?

Rekenen

1. Dagen van de week

Maak een tijdsopbouw met de kinderen van de gele ballon. Laat ze een tekening maken bij de dag, of erover vertellen. Wat gebeurde er op maandag met de ballon? En wat op dinsdag? Ga zo alle dagen af tot de gele ballon weer thuis is.

2. Tellen

Laat de kinderen de gele ballon tellen. Hoe vaak komt de ballon in het boek voor? Dit kan ook voor de blauwe auto, de fakir en boef. Welke van de figuren komt het meeste voor in het boek?

Creatief

1. Jezelf aan een gele ballon

Zorg voor gele ballonnen gemaakt van wat zwaarder papier of karton. Maak een foto van het kind alsof het een ballon vast houdt en in de lucht zweeft.
Laat de kinderen een omgeving plakken op papier waar ze naar toe willen reizen met de gele ballon. Ze kunnen bijvoorbeeld bergen maken van bruin papier en zee van blauw papier. Of een stad maken door flats van vierkantjes en rechthoeken te plakken die op elkaar staan. Of een bos van groen papier.
Ze kunnen de achtergrond ook verven met bijvoorbeeld waterverf of tekenen met stiften.

2. Wereldbol

Zorg voor grote blauwe cirkels, dit is de wereldbol. Laat de kinderen kleine stukjes papier scheuren. Deze plakken ze op de wereldbol als land. Ze kunnen bos maken van groen papier, de woestijn van geel papier en ijs van wit papier. Laat de kinderen een kleine gele ballon uitknippen en deze opplakken in het deel van de wereld waar ze op reis willen.

Drama

Geleide fantasie

Laat de kinderen in een ruimte staan waar ze niets of niemand kunnen raken, bijvoorbeeld het speellokaal.
Vertel terwijl de kinderen het spel spelen.

Jullie zijn allemaal gele ballonnen. Laat maar eens zien dat je helemaal rond bent. Alle gele ballonnen liggen als bolletje op de grond te wachten. Dan kunnen ze opstijgen. Heel langzaam gaan ze omhoog.
Een windvlaag neemt ze mee naar links en dan weer naar rechts. Dan blijven de ballonnen stil in de lucht hangen. Als ze naar beneden kijken, zien de ballonnen hoge bergen. Daar moeten ze overheen springen. O jee, er zijn er drie heel snel achter elkaar. Springen!
Achter de bergen is een diep dal. De ballonnen zweven rustig naar beneden. Het is er lekker warm en de ballonnen genieten op de grond van het zonnetje. Maar wacht eens even. Het zand wordt heel heet. Au, au. De ballonnen springen op en stijgen weer verder op naar boven. Als ze bij hoog gras aankomen, zien ze olifanten. Daar willen ze wel een ritje op maken.
De ballonnen hupsen heen en weer. Dan vliegen ze weer weg. Ze zwaaien naar de olifanten. Tijd om naar huis te gaan. Als de ballonnen hun huis zien, zweven ze rustig naar beneden en gaan weer op de grond zitten.

Veel plezier met de reis met de gele ballon! 

Koop de De gele ballon hier of in de plaatselijke boekwinkel.