(Door Judith) Executieve functies, een begrip dat steeds meer land in de basisschool en waarover steeds meer bekend wordt. Executieve functies zijn de regelfuncties van de hersenen, welke nodig zijn om ons gedrag te sturen, om zo doelgericht en efficiënt mogelijk te kunnen handelen. Vandaag bespreken we de executieve functie: respons-inhibitie.

Respons-inhibitie

Inhibitie is eigenlijk een rem, een rem op het gedrag. Deze rem zorgt ervoor dat je nadenkt voordat je actie onderneemt en zorgt ervoor dat je niet reageert op afleidende prikkels. Hierdoor kun je een reactie uitstellen of tegenhouden, anderen op de beurt laten wachten en uit laten praten en je niet laten afleiden door andere prikkels. Mensen die overgeleverd zijn aan impulsen kunnen moeizaam initiatief tonen, lastig langdurig aandacht schenken aan iets, kunnen niet plannen en organiseren en moeite hebben met het oplossen van problemen.

Vaak zal de respons-inhibitie minder sterk zijn in emotionele situaties. Ook alcohol (en dan hebben we het natuurlijk over volwassenen!), te weinig slaap en onder grote druk staan hebben invloed op de respons-inhibitie. Leerlingen en volwassenen met problemen met de respons-inhibitie laten vaak ondoordacht gedrag zien. Een voorbeeld van een minder goede respons-inhibitie in deze tijd van snel communiceren zijn boze e-mailtjes of ‘What’s app’ berichten. Vaak heeft de zender al spijt van het bericht direct na het verzenden van het bericht.

Lees ook: EXECUTIEVE FUNCTIES: WAT ZIJN HET EIGENLIJK?

Wat kun je verwachten op welke leeftijd?

De respons-inhibitie is één van de eerste executieve functies die zich ontwikkelt. Een baby is, voordat de respons-inhibitie zich ontwikkelt, afhankelijk van zijn of haar omgeving. Op een gegeven moment ontwikkelen de hersenen van de baby zich, wat de baby in staat stelt om wel of niet te reageren op een prikkel uit de omgeving wanneer hij of zij ergens op gefocust is.

Wanneer het kind het taalvermogen ontwikkelt, zal de respons-inhibitie verder ontwikkelen met behulp van ouders en opvoeders die het kind regels en waarschuwingen geven, bijvoorbeeld: pas op voor de sloot, niet oversteken, niet aan de kaars zitten.

Een peuter/kleuter zou:

  • op de juiste manier moeten kunnen handelen in gevaarlijke situaties
  • een korte tijd kunnen wachten wanneer een volwassene dit vraagt

Een leerling in de onderbouw zou:

  • zich aan eenvoudige schoolregels moeten kunnen houden
  • bij een ander kind moeten kunnen zijn zonder dat het een ander kind wil aanraken

Een leerling in de midden- en bovenbouw zou:

  • conflicten kunnen oplossen met leeftijdsgenoten zonder fysiek geweld
  • zich ook bij afwezigheid van de volwassene aan de regels kunnen houden

Lees ook: EXECUTIEVE FUNCTIES: PLANNING EN PRIORISERING

Respons-inhibitie trainen

Wanneer je bovenstaande punten leest herken je misschien direct je kind of een leerling die hier moeite mee heeft. Dit betekent echter niet dat je het kind niet kunt helpen om de respons-inhibitie te trainen. Je kunt dit op verschillende manieren doen. Je kunt beloningen iets uitstellen, door een wachttijd in te stellen bij dingen die het kind graag wil hebben of doen. Ook kun je, wanneer je weet dat het kind in een bepaalde situatie moeite heeft met het beheersen van de respons-inhibitie, vooraf de situatie vooraf bespreken en de geldende regels en afspraken voor deze situatie kunnen herhalen. Denk aan een wachtrij voor een attractie in een pretpark, of de regels op het schoolplein.

In de klas kan het goed helpen om met de leerling een teken af te spreken om het gedrag te stoppen. Dit kan een woord zijn wat je niet vaak gebruikt op school (zo heb ik ooit met een leerling het woord ‘olifant’ afgesproken) of een gebaar. Ook helpt het om de stop-denk-doe methode te gaan inoefenen en te zorgen voor beweging tussendoor met behulp van een Energizer.

Ook kunnen spelletjes als Halli Galli, Speed Cups en Kakkerlakkensalade helpen om deze executieve functie te trainen.

Lees ook: EXECUTIEVE FUNCTIES: ORGANISATIE

Uitgelichte foto: Shutterstock